De Brug

Vrijdag, 23 januari 2026

Al het nieuws uit Kampen, IJsselmuiden e.o.

Gerbrands: ‘Sport is dood’

Gerbrands: ‘Sport is dood’
Ingezonden door: De Swollenaer, De Brug en De Stadskoerier
(door Gerard Meijeringh)KAMPEN – Toon Gerbrands was zaterdag aandachtig toeschouwer bij het duel tussen Reflex en SSS. Hij kreeg datgene bevestigd wat hij al lang wist. Volleybal glijdt steeds verder af in ons land. Het niveau van de eredivisie is volgens Gerbrands veelzeggend. “Reflex traint drie keer 3,5 uur en SSS twaalf uur. Dat zie je terug. Er is te weinig vastigheid. Door meer te trainen, word je net iets beter. Het niveau zakt. Daar kan Reflex helemaal niets aan doen. Er zijn momenteel geen betere teams”, aldus Gerbrands. Hij maakte de hoogtijdagen van het Nederlandse volleybal mee. “Maar daar zijn we nu zo ver van verwijderd. Dan moet je een programma hebben om terug te komen. Het bestuur en de directie van de NeVoBo zijn hiervoor verantwoordelijk, maar er gebeurt veel te weinig. Jongens gaan veel te snel naar het buitenland om te spelen bij middelmatige clubs. Zo kom je er niet. De sport gaat steeds verder glijden, maar ik heb er geen journalist over gehoord. Dan is de sport dood!” Gerbrands pleit voor een ‘Marshallplan’ voor het volleybal. “Het is een zorgelijke situatie. Het is begonnen met het wegsturen van Alberda. Hij is de Johan Cruyff van het volleybal en had overal ingangen. Die heb je nu niet meer, de geest is uit de fles.” Gerbrands maakte deel uit van het eredivisieteam van Reflex in de jaren tachtig. Als volleybalcoach behaalde hij vier landstitels. Hij was tevens bondscoach van het Nederlands herenteam dat Europees kampioen werd en zich voor de Spelen in Sydney plaatste. Ook is hij actief geweest als manager en directeur van de DSB-schaatsploeg. Nu is hij al weer enkele jaren directeur van voetbalclub AZ. Hij was afgelopen zaterdag even terug in Kampen en genoot daarvan. “Met een man of vijf van Reflex heb ik nog steeds regelmatig contact. We zien elkaar eens in de drie maanden. Dat is uniek. Het is heel apart dat dat in stand is gebleven. Dat heb ik nergens anders.”