Want Riezebos laat zich niet gek maken, kan berekenend rijden en heeft een hoge basisconditie. “Sommige rijders gaan als een gek van start. Later zakken ze dan weer terug. Dan kom ik ze voorbij. Je moet wel de hele dag presteren. Ik raak ook niet in de war als ik honderd kilometer verkeerd rijd. Dan rij ik wel weer terug.”
Dit keer was de uitdaging nog groter dan in 2014. Vorig jaar reed hij nog in een team. Dit jaar ging hij als kistrijder de strijd aan en was hij op zichzelf aangewezen. “Ik wilde als kistrijder laten zien dat ik het kan. Het is het hoogst haalbare. Fabrieksrijders kijken tegen je op. Het is de omgekeerde wereld, best een beetje vreemd.”
De voorbereiding verliep niet vlekkeloos. Een week of tien voor aanvang van Dakar liep hij een schouderblessure op. “Dan gaat het malen en ga je denken. ‘Ben ik wel fit genoeg?’ Maar dat moet je niet doen. Ik wist dat ik het kon. Je zit jezelf in een dal te praten. Gaat twijfelen, anders denken.” Het had niet veel gescheeld, of zijn Dakar was na acht kilometer voorbij geweest. “Bij een waterpoel ging de motor onder water. Ik kon wel janken. Daar zag ik mijn Dakar stranden. Enkele ‘locals’ hebben me geholpen. Ze hebben de motor rechtop gezet en het water eruit laten stromen. Daarna kon ik weer verder. Ik heb geluk gehad. ”
Na twee dagen had hij het goede gevoel te pakken. “Bij de Dakar ga je de tunnel in. Je wordt ondergedompeld en komt er twee weken later weer uit. Het is rijden, eten, douchen, sleutelen en drie uur slapen. Dat gaat je niet in de koude kleren zitten. Dan zit je er wel eens doorheen. Je hebt wel eens een moment dat je denkt: ‘Dit moet niet langer meer zo doorgaan’. Maar dan kom je binnen en dan gaat het wel weer. Of het als kistrijder zwaarder is? Misschien wel. Ik heb minder geslapen, dat hakt er wel in.”
Vorig jaar wilde hij in de eerste maand na de rally niets van een volgende Dakar weten. Nu begint het al weer voorzichtig te kriebelen, al is hij naar eigen zeggen in twee weken tijd tien jaar ouder geworden. “En zes kilo lichter”, lacht Riezebos. “Als iedereen ja zegt, ga ik volgend jaar weer als kistrijder naar de Dakar. Dan wil nog beter getraind zijn en een gooi doen naar het podium bij de kistrijders. Eigenlijk had ik al een derde plaats verdiend. De Italiaan die als derde is geĆ«indigd is twee keer geholpen door anderen. Maar ik ben tevreden. Het kon niet beter.”

