Op 6 mei 1916 werd de Engelenbergstichting geopend, het Stadsziekenhuis. Het pand is gebouwd door architect W. Kromhout in de periode 1911-1916. De opdracht om dit te doen kwam voort uit een legaat van C. Engelenberg die in Kampen raadslid en burgemeester was geweest.
In het ziekenhuis kwamen diverse patiënten bij elkaar. Dit blijkt ook uit een krantenartikel uit de Kamper Courant van woensdag 20 maart 1916:Van het nieuwe ziekenhuis is sedert den nacht van Maandag op gisteren de barak voor besmettelijke ziekten in gebruik genomen. En dat die barak er nu was, is een uitkomst geweest, want de autoriteiten hebben uitgemaakt dat in onze gemeente een pokkenlijderes is en beter dan daar kon zij, wegens de afzondering ook voor de gemeenschap, niet worden ondergebracht. De patiente heeft al eens meer de stad in beroering gebracht en wij zouden wenschen dat ook de geconstateerde pokken nu weer spoken mochten blijken te zijn. Uit de verhalen, welke omtrent haar in omloop zijn, krijgt men den indruk dat zij al weken etterenden uitslag had.
Maar, zooals de Burgemeester het ook gisteren in de raadsvergadering heeft gezegd, voor ongerustheid is heelemaal geen reden. En het mogelijke is gedaan ter voorkoming van besmetting.
De pokken was een uiterst besmettelijke en levensbedreigende virusziekte. Degenen die het overleefden hadden over het algemeen genoeg antistoffen opgebouwd om verder tegen deze ziekte beschermd te zijn. Dit kon op een gegeven moment door vaccinatie, een bewuste besmetting met een variant, de koepokken, beïnvloed worden. Sinds de tweede helft van de jaren zeventig van de twintigste eeuw wordt deze ziekte als uitgestorven beschouwd. Dat het een gevaarlijke besmettelijke ziekte was blijkt o.a. wel uit de verhalen van de Spaanse veroveraars in Midden- en Zuid- Amerika die de pokken brachten naar de daar wonende indianenvolken als Inca’s en Azteken. Deze volken werden namelijk, door besmetting, bijna uitgeroeid. In 1978 was er in Engeland voor het laatst een constatering bij een fotografe die er aan is overleden.
De symptomen begonnen als een zware griep. Het virus was dan al in het lichaam en brak via de lymfeklieren cellen af waardoor vitale organen uitvielen. In de beginfase was deze ziekte het meest besmettelijk. Uiteindelijk uitten de symptomen zich door een uitslag die zich via het voorhoofd verspreidde over de rest van het lichaam. Deze uitslag zag er uit als blaasjes met daarin een vloeistof. Dit was dan vernietigd huidweefsel. Als men dit overleefde bleven vaak littekens achter. Een bekende persoon uit de geschiedenis die deze littekens droeg was Josef Stalin.
De laatste jaren is de interesse in de pokken actueel in verband met biologische oorlogsvoering en terrorisme.
Wilt of heeft u meer informatie dan kunt u reageren via ons e-mailadres info@stadsarchiefkampen.nl. Volg ons ook op Twitter via @SAkampen

