(door Sybren Gerlofsma)
Van de ooit aan nederzettingen, verbindingswegen, wateren en andere landschapselementen gegeven namen is de betekenis soms niet meer algemeen bekend. Toch hebben deze ons vaak iets te zeggen over de omgeving tijdens het ontstaan van die naam. Samen met gegevens uit bronnen en bodemvondsten dragen ze bij tot meer inzicht in de ontwikkeling van de streek. Deze aflevering over aanleg, betekenis en functie van de Vloeddijk in relatie met de stadsweiden.
Vloeddijk
Met de benaming 'vloeddijk' in de veertiende eeuw is het opletten geblazen. In eerdere afleveringen zagen we dat een opgeworpen langwerpige huisterp dike of vloetdike genoemd werd. Het begrip dike, waarvan ook ons woord dijk is afgeleid, is verwant met het Engelse werkwoord 'digg' (graven). Een dergelijke vloetdike was een particulier eigendom met een zekere handelswaarde.
Vanaf 1332 zien we de 'Vloetdiik' als straatnaam verschijnen voor de aaneengesloten verhoogde weg aan de buitenzijde van de stadsgracht met de naam Burgel.
Deze stadsgracht stond via beide uiteinden in open verbinding met de IJssel en vormde daarmee een dubbel gat in de dijkring die de stadsweiden en broeken moest beschermen tegen hoog water. Het woorddeel 'vloet' duidt hier niet op het tegengestelde van eb, maar op een willekeurige bijzonder hoge waterstand. Als we bedenken dat genoemde dijkring rond 1300 is aangelegd en de laatste uitbreiding binnen de Burgel in de veertiende eeuw vanaf 1335 werd afgerond, is het begrijpelijk dat we in 1332 vernemen van het bestaan van de Vloeddijk, een opgehoogde weg die de dijkring rondom de stadsweiden als het ware completeerde. De Vloeddijk beschermde dus niet de stad, maar de stadsweiden tegen ongewenst hoog water vanuit de IJssel. De stad zelf werd beschermd door opgeworpen wallen als de Burgwal en de Welle, waarop de stadsmuren waren gebouwd.
Espel
Ongeveer gelijktijdig met de voorlopig laatste stadsuitbreiding tot de huidige Hagenkade ontstond de behoefte om de stad te verdelen in wijken. Deze behoefte kwam vooral voort uit een streven naar een evenredige en rechtvaardige verdeling van de weiderechten op de door de Vloeddijk beschermde stadsweiden.
Het begrip 'espel' is afgeleid van et-spel, dat staat voor graas-gebied of weide-gebied. Het oude woord 'etten' duidt op het 'vetweiden' van vee. Het woorddeel '-spel' kennen we uit begrippen als ding-spel (rechtsgebied) en kerspel (van kerk-spel = rechtsgebied van een parochiekerk). Het wijst dus op een aangewezen territorium, waarbinnen een persoon of groep het recht had te gebieden.
Kampen was hierin overigens niet uniek. Ook de stad Leeuwarden kende espels. In de stad Deventer kwam de relatie tussen wijken en weidegebieden tot uiting in het begrip 'weidegraven', functies die vergelijkbaar waren met de Kamper espel-hoofdlieden.
Het begrip espel is niet in directe zin in de huidige naamgeving bewaard gebleven. Wel vormen de namen Bovenbroek, Horstlaan, Broederbroek en Buitenbroek nog verwijzingen naar het vroegere Boven-espel, het Horst-espel, het Broeder-espel en het Buiten-espel.
VRAGEN EN REACTIES
Als u vragen hebt of wilt reageren, kan dit rechtstreeks bij de schrijver via syger.div@gmail.com.

