KAMPEN – Vol belangstelling zagen de leden van Stichting Stadsherstel Kampen uit naar de partijprogramma’s van de politieke partijen. Om vervolgens te concluderen dat slechts drie partijen de verkiezingen ingaan met een paragraaf die speciaal is gewijd aan het behoud van monumenten. Kennelijk heeft een eerdere oproep van de stichting om daar werk van te maken niet bijster veel effect gehad.
Voorzitter Bert van Essen van Stichting Stadsherstel Kampen en secretaris Annie van ’t Zand vinden dat teleurstellend. Helemaal als je bedenkt dat er meer dan genoeg belangrijke vraagstukken aangaande het culturele erfgoed voorliggen in de jaren 2018 en volgende, menen ze.
Waar 35 jaar geleden bij de oprichting van Stichting Stadsherstel Kampen de sloophamer op afstand moest worden gehouden – met succes getuige bijvoorbeeld het authentieke Keizerskwartier – ligt het accent nu meer op consolideren. “We zeggen hier met zijn allen maar al te vaak dat Kampen zo mooi is en goud in handen heeft. Laten we dat goud dan met zijn allen behouden”, zegt Van Essen. “Om te oogsten moet je eerst zaaien”, vult Van ’t Zand aan. Volgens haar is het die investering meer dan waard. Heel wat mensen komen naar Kampen vanwege de monumentale binnenstad. De stichting schrijft in een onlangs verstuurd persbericht zelfs dat elke euro die je steekt in monumentenzorg zich met factor anderhalf terugbetaalt. Gemiddeld genomen dan. Over draagvlak onder de bevolking hoef je volgens de stichting evenmin in te zitten. Ruim 80 procent van de Nederlanders zou, aldus een onderzoek, belang hechten aan behoud van monumenten. “Politieke partijen kunnen zich er dus op een positieve manier mee onderscheiden en kiezers aan zich binden ”, aldus Van ’t Zand.
Natuurlijk is het zo dat er in de gemeentebegroting een post monumenten is opgenomen en dat de partijen er meer dan eens blijk van geven dat historische en bepalende gebouwen hun aan het hart gaan. Dat neemt volgens Stichting Stadsherstel niet weg dat ze daar in hun programma ook wat mee moeten, zodat er geen ad hoc beleid wordt gevoerd en er in plaats daarvan een integrale visie achter schuilgaat. Behalve de noodzaak voor een totaalvisie zijn er verschillende dossiers die om aandacht vragen. Van ’t Zand en Van Essen noemen onder meer de Boven Havenstraat, het binnenkort leegkomende Almere College (de Oude HBS), het Bolwerk (bij het station), de herbestemming van monumentale panden als kerken, een herinrichting van het Koggeterrein en een goede plek voor de IJsselkogge. Over dat laatste zegt Van Essen: “Als je de kogge als visitekaartje een goede plek wilt geven, vraagt dat niet alleen om een investering maar eveneens om een duidelijk plan. Hoe eerder je procedures in gang zet, hoe meer tijd je bespaart. Want reken er op dat er tijd in gaat zitten als er een bestemmingsplan moet worden gewijzigd en iedereen zijn zegje mag doen.”
Realisme
Zowel Van Essen als Van ’t Zand houden de plannen graag realistisch. Ze snappen als geen ander dat politiek bestaat bij de gratie van prioriteiten stellen. Je kunt een euro maar een keer uitgeven. Daar komt bij dat ze liever zien dat een kerk of ander monumentaal gebouw met verantwoorde aanpassingen aan de binnenkant toekomstbestendig wordt gemaakt in plaats van dat het onbetaalbaar wordt en daardoor in de gevarenzone komt. Het doet niets af aan hun algemene oproep om met een realistische blik te zaaien voor de toekomst. Zodat Kampenaren en de vele toeristen ook in de toekomst kunnen genieten van de rijke Hanzestad Kampen. Rest de vraag wat ze vinden dat de politieke partijen nu zouden moeten doen. Van Essen: “Ik verwacht echt niet dat de partijen die nu niets schrijven over monumenten hun programma voor de verkiezingen aanpassen. Maar ik hoop dat over vier jaar elke partij er aandacht aan besteedt.” “Hopelijk worden wij als stichting ooit overbodig”, besluit Van ’t Zand lachend.

