gekke Gheerit
dat Gheerit de taveerne binnenstapte
verraste niemand echt in 1480:
een graag geziene gast, die altijd grapte -
zijn verhalen knettergek, maar altijd prachtig
de waard voorzag hem van een beker bier
- die drank werd toen als water weggedronken -
hij zei: de kogge die we bouwden hier
wordt iets benedenstrooms straks afgezonken
het raakte Gheerit in zijn ambachtshart
dat ze wat hoort te drijven lieten zinken
het deugde niet, het stemde hem verward
de timmerman zette het op een drinken
het werd later, stemmen zwollen aan
de wijsheid leek al in de kan verdwenen
Gheerit klom toen op de tafel en ging staan
wankelend op drankdoordrenkte wiebelbenen
hij riep: schorem, brave burgers, buitenlui!
u kent mij van onzinnige verhalen
maar gelooft u me, - dit is geen Kamper Ui - :
ze gaan die kogge weer naar boven halen!
al duurt het dan misschien zeshonderd jaren
- dat kan het aan, het noeste eikenhout -
ze zullen straks hier buiten staan te staren
naar het koggeschip wat wij hebben gebouwd!
De luide lach die volgde is vergeten,
het salvo wat de balken trillen deed
bleek onterecht naar wat nu allen weten;
die Gheerit was niet gek, maar een profeet
Bas Nijhof

