DEN HAAG – Het ziet er naar uit dat op 1 april volgend jaar de vaarverbinding Reevediep niet alleen wordt opengesteld, maar dat er dan ook gevaren mag worden. Dit bleek vandaag tijdens een urenlange zitting bij de Raad van State.
De Raad heeft onafhankelijke deskundigen gevraagd om de milieugevolgen te beoordelen van het afgeslankte plan voor 600 woningen in toekomstig dorp Reeve en de doorvaart op het Reevediep tussen IJssel en Drontermeer. De adviseurs van de Raad zien geen problemen. Volgens een van de rechters van de Raad wordt hun advies meestal opgevolgd.
De extra beschermingsmaatregelen voor de roerdomp en de karekiet in het natuurgebied aan de rand van het Drontermeer zijn volgens de raadsadviseurs voldoende. En die maatregelen zijn ook dwingend voorgeschreven. Daarmee lijken de obstakels te zijn verdwenen nadat de Raad van State eerder nog oordeelde dat de bescherming van de vogels onvoldoende was geregeld.
Ook de gevolgen van de komst van 600 woningen zorgen niet voor een overbelasting van de natuurwaarden in de omgeving, volgens de raadsadviseurs en de betrokken overheden. De Raad constateerde vandaag tijdens de zitting ook al dat een milieueffect rapportage (MER) niet nodig is bij het nu gekozen aantal woningen.
Woordvoerder Bart Zeven van de Werkgroep Zwartendijk zette daar toch vraagtekens bij. Het nieuwe bestemmingsplan voor het dorp maakt weliswaar maar 600 woningen mogelijk in plaats van de 1300 die aanvankelijk gebouwd zouden worden. Maar volgens voormalig raadslid Zeven zijn er meerdere signalen gekomen uit de gemeenteraad en het ambtenarenapparaat dat er uiteindelijk toch meer dan 600 woningen komen. En in dat geval is een MER wel nodig.
Volgens de Raad van State is dat echter niet aan de orde, omdat nu moet worden geoordeeld over een plan voor 600 woningen. Een woordvoerster van de gemeente stelde ook dat er niet meer woningen aan de orde zijn. Daar zijn ook harde afspraken over gemaakt met de provincie.
De bezwaarmakers onder aanvoering van Bart Zeven wezen de Raad ook op andere plaatsen waar Kampen woningbouw kan realiseren. Dat hoeft niet middenin het agrarische buitengebied. “Inbreiding voor uitbreiding”, stelde Zeven. Gemeenten moeten in principe eerst lege plekken binnen de bebouwde kom benutten voor woningbouw voordat uitbreiding van de bebouwde kom het buitengebied aantast. Zeven wees onder meer op de wijk Onderdijks.
Het verweer van de gemeente was dat veel mensen de voorkeur hebben om dorps te wonen. Dat gaat dan wel om wonen in het duurdere segment. Het deel voor sociale woningbouw in het nieuwe dorp zal ver beneden het gebruikelijke deel liggen.
De Raad doet binnen enkele maanden uitspraak.

