KAMPEN - Eind maart ontving de gemeente Kampen de uitspraak van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid op het door de gemeente Kampen ingediende bezwaarschrift inzake het dossier parkeergarage Buitenhaven. De gemeente heeft zes weken de tijd om tegen dit besluit in beroep te gaan. Daarna wordt het onherroepelijk.
Om te voorkomen dat het besluit onherroepelijk wordt, heeft het college besloten om pro forma beroep in te stellen; “Een op dit moment uitsluitend formele stap om het onherroepelijk worden van het besluit te voorkomen”, aldus wethouder Geert Meijering. “Na nader onderzoek kan inhoudelijk gedegen worden overwogen om het beroep al dan niet voort te zetten”.
Met de uitspraak van het ministerie is de gemeente voor een deel in het gelijk gesteld. Echter, op een aantal punten is het bezwaar afgewezen. Op dit moment buigt de gemeente zich samen met de huisadvocaat over het besluit van het ministerie en eventueel te nemen vervolgstappen. Vanwege de omvang en complexiteit vergt dit onderzoek de nodige tijd.
Pro forma
Om te voorkomen dat het besluit onherroepelijk wordt en niet meer kan worden aangevochten, is het mogelijk om een zogenaamd ‘pro forma beroepschrift’ in te dienen. Hierin wordt slechts meegedeeld dát beroep wordt ingediend. De motivering van het beroep kan op een later moment worden ingediend, dan wel kan het beroep worden ingetrokken.
Wethouder Meijering: “Zeker vanwege de grote impact die de situatie had en nog kan hebben op betrokken medewerkers, bedrijven en omwonenden willen we als gemeente zoveel mogelijk helderheid verkrijgen over wat er precies is gebeurd en over wat precies de verplichtingen van en de gevolgen voor de gemeente als opdrachtgever zijn. Een eventuele beroepsprocedure moet hieraan bijdragen”.
In juli 2017 diende het college een bezwaar in tegen een besluit van de Inspectie SZW, omdat zij vond dat de Inspectie ten onrechte stelde dat de gemeente de arbo-wet had overtreden. Bovendien was het besluit niet of nauwelijks onderbouwd. Dat gold ook voor de (vele) als feit gepresenteerde veronderstellingen en aannames, onder meer als het gaat om het vrijkomen van stoffen, de blootstelling van medewerkers aan die stoffen en het (causale) verband met de gestelde ziekte van medewerkers. Ook vond zij de eis die de Inspectie aan de gemeente als opdrachtgever stelde niet correct.
De rechtbank stelt de termijn voor het indienen van de motivering van het beroepschrift vast.

