DEN HAAG – De provincie Overijssel zal beter moeten motiveren waarom voor een groot aantal wildbeheergebieden ontheffingen zijn verleend voor de ganzenjacht. Dat heeft de Raad van State woensdag bepaald. De Raad vernietigde de zogenoemde voorwaardelijke ontheffingen voor ruim 20 gebieden in de hele provincie.
Volgens Vogelbescherming Nederland is de provincie veel te ver doorgeschoten bij het beschermen van vooral graslanden tegen de schade die ganzen daar veroorzaken. Bovendien mag de provincie het toestemming geven voor de jacht niet overlaten aan lokale toezichthouders.
Dat is volgens de vogelbeschermers in strijd met de Flora- en Faunawet. De beslissing om de beschermde ganzen af te schieten, is uitsluitend een taak voor de overheid, zegt Vogelbescherming Nederland.
De provincie verleende ontheffingen voor de ganzenjacht voor meer dan 40 wildbeheergebieden, waaronder De IJssellanden rond Zwolle, jachtgebied Kampen en Oldematen bij Hasselt. Voor een deel van die gebieden was al eerder aangetoond dat ganzen daar schade aan de gewassen hebben veroorzaakt. Voor de andere gebieden werd een voorwaardelijke ontheffing verleend, omdat zich daar nog geen schade door ganzen heeft voorgedaan, maar wel dreigt.
De Raad van State vindt dat de provincie alleen voorwaardelijke ontheffingen mag geven als met nauwkeurig onderzoek is aangetoond dat daar ook schade dreigt. Dat heeft de provincie niet gedaan en dat moet de provincie alsnog doen. De Raad ziet geen probleem met de toezichthouders. Die ziet de Raad als een extra waarborg, nadat de provincie heeft bewezen dat er inderdaad schade dreigt.

