Werken is een kunst. Het ene werk meer dan het andere. Bij het een komt meer creativiteit om de hoek kijken dan bij het ander. En misschien is het nog wel des te meer een kunst om afstompend of opgelegd werk te doen. Dat is een gave, die sterk kan verschillen van mens tot mens. Net zoals werkniveau en andere werkfactoren sterk kunnen verschillen. Met verschil in werkethiek hebben we in Kampen pijnlijk kennis gemaakt.
Over arbeidsethos zijn universiteiten vol onderzoeken en bibliotheken vol boeken geschreven. De eigen, spontane wil om te werken is in Nederland hoog als je het vergelijkt met andere Europese landen. Binnen Nederland zou de protestantse werkethiek eruit springen. Tegenwoordig is het echter niet meer zo eenduidig en lopen er ook zaken als vrijwilligerswerk en participatiewerk doorheen. Naast betaald werk willen diverse mensen heden ten dage ook graag nuttig werk doen of ze zijn nog niet opgebrand na hun pensioen. Als vrijwilligers zijn ze dan welkom voor onbetaalbare arbeid of voor taken die de overheid laat liggen.
Participatiewerk wordt gezocht en gecreëerd voor de niet-werkende medemens die zich toch op de arbeidsmarkt zou moeten bevinden, al neemt de arbeidsmarkt hem of haar zelf niet op vanwege een handicap of wat dan ook. Werken blijft het hoogste goed en zelfs zorg en huishouden moeten daaraan geloven nu vrouwen ook de arbeidsmarkt op geschopt worden. Natuurlijk kunnen mannen dan de zorg voor kinderen of bejaarde ouders en het huishouden waarnemen maar dan gaat hun arbeidsparticipatie verloren. De langzaamaan groeiende discussie over het basisinkomen zou tenminste aan de mensen zelf de keus laten of ze willen werken om te leven of willen leven om te werken.

Zou in het verleden de arbeidsethos hoger geweest zijn dan in onze tijd? De omstandigheden waaronder we vroeger de wereld veroverden, kun je je heden moeilijk voorstellen. Het moet bikkelen geweest zijn om over land Europa te doorkruisen of over het water naar andere Hanzesteden te zeilen. Kogges waren spartaans uitgevoerd en luxe kende men toen niet. Heden beseft men de luxe niet, zo gewend aan, of verwend mee, als we die zijn. Onze IJsselkogge bewijst dat men wel kwaliteit wist te leveren. De afgelopen week haalde de gevonden kogge in onze IJssel zelfs het wereldnieuws. Maar tegelijk met het uit het water halen van het scheepswrak vielen de toeristische ambities van Kampen ìn het water. Van heinde en verre reisden mensen af naar onze uithoek. Kampen vinden lukt nog wel met de moderne bewegwijzering- en navigatiesystemen maar waar hangt in Kampen toch die kogge uitgestald?
Aan de IJsselkade! Bij de expositie aldaar laat vervolgens de Kamper marketing het afweten. De vrijwilligers van de Kamper Kogge krijgen marketingmateriaal in de maag gesplitst en mogen het werk van de beroepskrachten doen. Het was weekend en de Kamper marketing hield zich strikt aan kantoortijden. Dat belooft niet veel goeds voor de toeristische ambities die zo hoog van de toren aan het Burgemeester Berghuisplein worden geroepen. Hoewel, nee, dat biedt juist hoop. Zo kunnen we gevrijwaard blijven van die vermaledijde koopzondagen en andere moderne fratsen die de toerist of buitenstaander wil zien. Zo zou Kampen toch nog meer of minder haar eigen identiteit en karakter kunnen behouden. Wel moeten we dat dan duidelijk naar bezoekers en toeristen communiceren: Wees welkom in onze wonderschone woonstede Kampen. Doch alleen op maandag tot en met vrijdag van negen tot vijf.
Mister M

Contact:
Krabbels@MrM.nl
Of (archief in eigen beheer):
http://www.Facebook.com/gekrabbel

