Naast het Oude Raadhuis in Kampen liggen stenen met daarop de namen van lokale, maar ook (inter)nationaal bekende grootheden. Onlangs verscheen hierover het boek ‘Levens in steen, de gevlijden van het Koeplein’, met de negentien levensverhalen van deze markante personen. Voor Weekblad de Brug maakt uitgever Rinus van Warven tweewekelijks een korte samenvatting van de hoofstukken. De teksten uit het boek zijn geschreven door leden van de Kamper Persclub. Rinus begint met de man voor wie het meest recente steentje is gelegd. Auteur/biograaf Herman Broers schreef de tekst over Wim Veenendaal, ‘hoofd bureau’ van de Theologische Universiteit.
“Hij rekte succesvol het voortbestaan van theologenstad Kampen met veertig jaar,” zo schrijft Broers, “hij importeerde vier hbo-academies en daarmee een fris studieklimaat, regelde studentenhuisvesting en wat verder zoal bij een studentenstad hoort. Wim Veenendaal ging over alles. Hij was veel meer dan een regelneef. Hij moderniseerde niet alleen de theologische universiteit, maar ook de stad zelf. Was getekend, hoofd bureau Wim Veenendaal, academisch wegbereider van Kampen.” Willem Constantijn Veenendaal, roepnaam Wim, wilde eigenlijk zendeling worden. In december 1963 was hij 31 jaar en bijna zover. “Tot hij door professor Herman Ridderbos, de toenmalige rector werd gevraagd of hij voor de school zou willen komen werken. Hoofd bureau kon hij worden, ofwel regelneef van de universiteit en secretaris van de professoren.”
Wim Veenendaal ontwikkelde zich op een bijzondere manier. “In de opleving van Kampen in de jaren zeventig en tachtig is Wim Veenendaal namelijk de belangrijkste figuur geweest”, zo beschrijft Broers de oud-bestuurder. “Onder regie van Veenendaal haalde Kampen vier academies binnen: de sociale academie (1976), een kunstacademie (1978), een expressieacademie (1979) en een academie voor journalistiek (1981), allen van christelijke signatuur. Allen gingen van start in de Van Heutszkazerne.”
Maar de invloed van Veenendaal strekte zich uit tot ver over de grenzen van stad en land. “Hij stelde de theologische universiteit open voor zwarte Zuid-Afrikanen. De theologische hogeschool wist de koers van de kerk als geheel zodanig te beïnvloeden dat die uiteindelijk de kant koos van het apartheidsverzet. De bekendste zwarte Zuid-Afrikaan die in Kampen studeerde was dominee Allan Boesak (1945), die uitgroeide tot een icoon van de anti-apartheidsbeweging.”
Later vertrokken alle academies naar Zwolle en vandaag de dag is hogeschool Windesheim in Zwolle een van de grootste geconcentreerde hogescholen voor christelijk beroepsonderwijs in Nederland. “Met dank aan de Kamper academies, opgezet door Wim Veenendaal, kan Zwolle nu floreren. “Ook de theologische universiteit verdween door fusie met Amsterdam en Groningen. “Veenendaal begreep meer dan wie ook waarom Kampen de strijd om het hoger onderwijs heeft verloren”, meent Broers.
In 1983 al, Kampen was op haar top als studentenstad, ontving Wim Veenendaal uit handen van burgemeester Henk Kleemans de erepenning van de stad Kampen voor zijn verdiensten. “Wars van wat hij noemde ‘aardse waardering’, zo schrijft Herman Broers, “liet hij zich de ceremonie tandenknarsend welgevallen en citeerde ter plekke Mattheüs 6: ‘Ziet toe, dat gij uw gerechtigheid niet doet voor de mensen, om door hen opgemerkt te worden; want dan hebt gij geen loon bij uw Vader, die in de hemelen is’.”
Levens in steen, gevlijden van het Koeplein, Uitg. Van Warven, ISBN 978 94 92421 13 5, € 17,50.

