Schrijfster Iet Erdtsieck dook in het archief verdiepte zich in moordenaressen die Kampen in de loop der eeuwen gekend heeft. De verhalen die zij opdeed, verschijnen maandelijks in De Brug.
Vier jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog werd Kampen, in 1949, opgeschrikt door een moord die werd gepleegd door de 40-jarige Fenneke B. Zij sloeg haar minnaar/werkgever de 60-jarige Willem S. met een hamer letterlijk de hersens in.
Wat was er aan de hand. Fenneke B. was in wezen een tragisch geval. Zij had een ongelukkige jeugd en een slecht eerste huwelijk achter de rug, wat voor de oorlog al uitmondde in een scheiding. Daarna trouwde zij met een Joodse man, genaamd Josef G.. G. werd in 1941 in het Duitse concentratiekamp Mauthausen door de Duitsers vermoord. B. die geen middelen van bestaan had, trok in de oorlog vrijwillig naar Duitsland om daar te werken. Voor deze daad werd zij gestraft en geïnterneerd. In mei 1948 kwam B. vrij en werd zij voorwaardelijk buiten vervolging gesteld. B. leed aan toevallen en gebruikte medicijnen om rustig te blijven.
Fenneke B. was weduwe, maar kon dit niet bewijzen, dus kon zij ook niet opnieuw trouwen. Zij had namelijk het bewijs, dat zij de weduwe was van G., opgestuurd naar de Levensverzekeringsmaatschappij R.V.S. Deze had dit stuk nodig, om B. geld uit te keren uit de verzekering van haar omgekomen man. En nu was dit bewijs zoek geraakt bij genoemde maatschappij.
Uiteindelijk kwam Fenneke B., na haar vrijlating, via kennissen in Kampen terecht en werd zij huishoudster bij de twintig jaar oudere Willem S.. Deze S. was een ongehuwde man, die zijn geld verdiende als arbeider en een strafblad had (waar ook mishandeling op voorkwam). Hij woonde Burgwalstraat 8 boven. In eerste instantie boterde het goed tussen beide partners. Ze wilden zelfs trouwen. Echter de papieren van B. kwamen maar niet in orde. S. mishandelde B. en B. werd bevriend met een andere man. Talrijke ruzies volgden. Ruzies waarbij men elkaar ook te lijf ging.
Op 12 september 1949 was de maat vol. Na verschillende klappen van zijn kant, zei S. dat de relatie over was en droeg B. op haar spullen te pakken en weg te gaan. Daarop liep Fenneke B. volledig overstuur naar de politie om haar beklag te doen. Men ontbood S. op het bureau en een agent kreeg hem zover dat B. nog 14 dagen mocht blijven. Met deze boodschap ging men samen weer terug naar de woning van S. De strijd laaide daar opnieuw op. Toen S. aanstalten maakte om B. een suikerpot naar het hoofd te gooien, greep deze een hamer en sloeg hem de hersens in. Daarop snelde Fenneke opnieuw naar het Kamper politiebureau, waar zij uitriep: ‘Ik heb hem doodgemaakt. Ik heb hem de hersens ingeslagen’. Willem S. overleed een dag later aan zijn verwondingen. Fenneke B. werd gevangen genomen op verdenking van poging tot moord, c.q. poging tot doodslag, subsidiair zware mishandeling.
Nadat Fenneke B. was gearresteerd maakte zij een lijst op van haar bezittingen. De lijst telt kleren en huishoudelijke voorwerpen. Zij noteerde ook op welke plaats deze spullen in het huis van S. stonden. Aan het einde van haar brief schreef ze: ‘Mocht ik zwaar gestraft worden dan kan de hele boel verkocht worden, behalve het ondergoed en nachtgoed plus een groene japon en 1 paar zwarte schoenen met suède en de kousen. Het geld kan voor mij bewaard worden op de spaarbank. Mocht ik het niet overleven dan komt al het geld plus het goed aan Mevr. B.C. Nijland-Jubels thans wonende Kamillenstraat 29 Amsterdam (N)’.
Op 24 december 1949 stond Fenneke B. voor haar rechters. Kalm, tot rust gekomen in de gevangenis. Er werd door de officier van justitie om een nader onderzoek gevraagd teneinde om de geestelijke vermogens van B. te onderzoeken. Mocht de rechtbank hier niet in meegaan dan eiste de officier drie jaar gevangenisstraf. De rechtbank ging in op het voorstel van de officier en wees de zaak terug naar de rechter-commissaris.
Een half jaar later stond B. opnieuw terecht. Op grond van het psychiatrisch onderzoek eiste de officier negen maanden gevangenisstraf met aftrek (de tijd dat de beklaagde al had vastgezeten) en ter beschikking stelling van de regering (TBR). De rechtbank naam de eis van de officier over.
Het huis van Willem S. in de Burgwalstraat stond vele jaren leeg. Het Nieuw Kamper Dagblad beschreef 25 jaar na dato nog eens de gebeurtenissen rond de moord. De krant publiceerde een foto waarop was te zien hoe, na een leegstand van 25 jaar, een groene heester uit de het raam van Willem S. voormalige woonkamer groeide. Volgende keer de laatste aflevering.

