De Brug

Zaterdag, 9 mei 2026

Al het nieuws uit Kampen, IJsselmuiden e.o.

Kamper moordenaressen: Gevangenneming, berechting en straf

Kamper moordenaressen: Gevangenneming, berechting en straf
Foto: Tennekes.
Redactie: Nick de Vries

Schrijfster Iet Erdtsieck dook in het archief verdiepte zich in moordenaressen die Kampen in de loop der eeuwen gekend heeft. De verhalen die zij opdeed, verschijnen maandelijks in De Brug.

In de Franse tijd werd de Code Pénal ingevoerd. In 1811 werd dit Wetboek van Strafrecht van kracht. Het justitiële en het bestuursapparaat werd in het Franse systeem geïntegreerd. In de Code Pénal ontbrak een verbod op homoseksuele handelingen, terwijl al eerder de foltering bij een verhoor niet meer werd toegepast. De doodstraf bleef bestaan, maar slechts door de strop en het zwaard. Radbraken en verdrinking werd afgeschaft. Ook werden misdadigers niet meer tentoongesteld aan het publiek. De rechter mocht uitsluitend feiten bestraffen die in wettelijke bepalingen strafbaar waren gesteld.

Concreet betekende het dat de burgerij voortaan verstoken bleef van allerlei emotionele taferelen in het openbaar, die afschuw en sensatiezucht opwekten. Het recht werd zakelijk. Men hoefde niet langer een oervede te doen of uit de stad verbannen te worden. Ongewenste elementen werden naar het Zwolse tuchthuis gestuurd of verdwenen gedwongen vrijwillig naar de Koloniën van Weldadigheid. In 1842 overkwam dit Maria Johanna Slot, Cornelia van Doeveren en Catharina Renkelaar. Er staat in de stukken dat zij vrijwillig naar de kolonie Ommerschans vertrokken. Wat valt te betwijfelen.

In de 19de eeuw pleegden Kamper vrouwen –kindermoorden uitgezonderd- slechts kleine vergrijpen of overtredingen, die er uit bestonden dat men ruzie zocht, een enkele klap uitdeelde, iets stal, hete as op de straat strooide, zich schuldig maakte aan burengerucht, iemand oplichtte en kwaadsprak. Al deze zaken werden door het in 1838 opgerichte kantongerecht te Kampen afgedaan. Daders konden kiezen tussen een boete of enige dagen gevangenisstraf, of kregen boete én gevangenisstraf. Alle veroordeelden moesten de kosten van het rechtsgeding zelf betalen.

Kindermoorden

Van een heel andere orde waren de kindermoorden. Het is van alle tijden en alle plaatsen dat meisjes en vrouwen hun zwangerschap verbergen, in grote eenzaamheid hun kind baren en het wel of niet doelbewust ombrengen. Zoals ook in de 19de eeuw in Kampen. Uit de opgemaakte proces-verbalen van de politie blijkt, dat lang niet altijd de moeder van het levenloos aangetroffen kind werd gevonden.

Eind februari 1857 werd in de IJssel het dode lichaampje gevonden van een pasgeboren meisje, met de navelstreng nog intact. Het lijkje werd verzegeld opgestuurd naar de griffie van de Zwolse rechtbank om daar te worden onderzocht, teneinde vast te stellen of het kindje met opzet van het leven was beroofd. Daar kwam geen uitsluitsel over, evenmin kwam men de moeder op het spoor. Het lijkje werd door de officier van justitie in Zwolle teruggestuurd naar Kampen, met het verzoek om aan de begraving de nodige zorg te besteden.

Een paar jaar later was het opnieuw raak. In juni 1859 werd opnieuw het lijkje gevonden van een pasgeboren meisje. De pasgeborene was met een steen verzwaard in een sloot in Brunnepe gedumpt. Al snel werd duidelijk dat het kind van het leven was beroofd. Men had een verdachte en men hoorde getuigen, maar het misdrijf kon niet worden bewezen. Hetzelfde was het geval met een kinderlijkje dat werd gevonden in 1891. De officier van justitie in Zwolle schreef aan de commissaris van politie in Kampen over dit dode kind: ‘In antwoord op Uw schrijven van heden bericht ik U dat het kinderlijkje kan worden begraven. De aanwijzingen tegen de jonge vrouw (Rosalie …..) zijn zoo gering, dat het de vraag is of er ooit voldoende bewijs zal komen’ Dat bewijs kwam er niet.

Evenmin werd de moeder gevonden van het kinderlijkje dat een jaar later werd gevonden en werd onderzocht door dr. C. J. Veen Valck. Ook dit kind werd naamloos begraven.

Vrouwen waarvan wel duidelijk werd dat zij een kind hadden gebaard dat levenloos ter wereld was gekomen, of waarvan de politie vermoedde dat de moeder handelingen had gepleegd of handelingen had nagelaten, die de dood tot gevolg hadden, waren: Hendrika Klomp, Marlena van der Heijde en Margje Flier. Over hen gaat de volgende aflevering.