De Brug

Vrijdag, 16 januari 2026

Al het nieuws uit Kampen, IJsselmuiden e.o.

Kamper Loge Le Profond Silence: aflevering 2

Kamper Loge Le Profond Silence: aflevering 2
Redactie: Nick de Vries

In 2020 herdenkt de Kamper loge Le Profond Silence ( De diepe stilte) dat zij 250 jaar bestaat en daarmee de oudste vereniging in Kampen is. Zij herdenkt dit mede met de presentatie van het boek De stilte doorbroken dat door mij wordt geschreven. Het is de bedoeling dat elke maand 12 fragmenten uit het boek in De Brug worden gepubliceerd. Deze tweede aflevering zal gaan over de loge in de Kamper gemeenschap.

In de vorige aflevering is al vermeld dat Jacob Abraham de Mist Le Profond Silence in 1770 oprichtte. De Mist was geen Kamper jongen maar afkomstig uit Zaltbommel waar zijn vader een arme predikant was. Toen de moeder van De Mist op jonge leeftijd stierf kwam hij in huis bij de broer van zijn moeder, de zeer rijke Abraham Vestrinck in Kampen. Deze oom betaalde de opleiding van De Mist en zorgde ervoor dat deze benoemd werd tot 3de secretaris van Kampen. Vanuit deze positie stichtte De Mist de loge, samen met de vrijmetselaren: J.C. de Winter, Johan Lemker van Breda, Berend Frederik Schulz, E.W. Schulz, E.W.C. van Meteren, G.J. Stennekens en Nicolaas Wonneman. Alle heren waren welgesteld. Men moest in de 18de eeuw een zeker inkomen hebben om vrijmetselaar te worden. In 1818 kostte de inwijding tot leerling ƒ42,- . In die tijd verdiende een timmerbaas dit bedrag voor 42 dagen werken.

De loge startte in een rumoerige tijd. Er waren conflicten tussen de prinsgezinden en patriotten, die uitmondden in de vlucht van stadhouder Willem V naar Engeland. Franse troepen vielen Nederland binnen. De stad Kampen was patriottisch gezind. In 1795 werden er twee patriottische burgercomités opgericht:een gematigde groep onder leiding van De Mist en een radicale groep met aan het hoofd dominee J. Kantelaar. Het volk zette een vrijheidsboom op en klokkenist Berghuis bracht in de Nieuwe Toren de Marseillaise - het latere Franse volkslied - ten gehore.

Maar de loge overleefde deze Franse inmenging, wel kwam zij soms jaren niet bijeen. Le Profond Silence was een tolerante loge. Dat bleek uit haar houding ten opzichte van de toelating van Joden. De Joden kregen in 1796 dezelfde rechten als ander burgers, dat wil zeggen dat zij werden toegelaten tot alle openbare ambten. Voor particuliere verenigingen lag dat anders, zij konden Joden weigeren. En dat deed de loge Silentium in Delft. Zij riep ook andere loges op haar voorbeeld te volgen. Dat weigerde de Kamper loge. Zij liet wel Joden toe. De eerste Jood die deel uitmaakte van de Kamper loge was Salomon de Jong. Hij trad tot de Orde van Vrijmetselaren toe in 1818.

In die zelfde tijd – 1814 – kreeg de Orde een grootmeester van koninklijke bloede. En wel prins Frederik, een zoon van koning Willem I. Deze zou de Orde dienen tot zijn dood. Zowel de Orde als het Oranjehuis waren gebaat bij de benoeming. De pasbenoemde koning kreeg de steun van de invloedrijke vrijmetselaren en de vrijmetselaren werden ‘acceptabel’ doordat zij werden geleid door een koningzoon.

In de volgende aflevering wordt de rol van grootmeester Frederik uitgediept. De maçonnieke werkzaamheden van de Kamper loge zullen eveneens worden belicht.