De Brug

Vrijdag, 8 mei 2026

Al het nieuws uit Kampen, IJsselmuiden e.o.

Kamper Koggejournaal: Vurige koggevertellers.

Kamper Koggejournaal: Vurige koggevertellers.
Verhalenverteller Reijer van ’t Hul liet dit keer de Engelsen schrikken...
Foto: Siese Veenstra
Redactie: Nick de Vries

(door Ommelander)
De luitenant-generaal der mariniers Rob Verkerk en deBritse kolonel Steve Francis van de Koninklijke Engelse Marine luisterden in een bomvolle Westerkerk op Terschelling aandachtig naar de Kampenaren Reijer van ’t Hul en Kees Hardeman, beiden vrijwilligers bij het ‘Verteltheater’ van de ‘Stichting Kamper Kogge.’

De twee ervaren verhalenvertellers waren naar het rustieke, zeventiende eeuwse kerkje op het Waddeneiland gekomen om op geheel eigen wijze een bijdrage te leveren aan de herdenkingsweek, waarmee Terschelling en Vlieland om de vijftig jaar in herinnering brengen dat beide Waddeneilanden in 1666 te maken kregen met wel zeer wreed oorlogsgeweld.

Ons land was toen in een verbeten oorlog verwikkeld met de Engelsen. Een strijd die gepaard ging met landverraad en barbaars geweld. ‘Met hulp van een Hollandse overloper wist de Engelse oorlogsvloot langs de ondiepten van de Vliestroom Vlieland te bereiken en170 Hollandse handelsschepen, die hier voor anker lagen, in brand te steken,’ vertelt Jan Houter, in devolksmond beter bekend als Jan van Vlieland. Samen met professor Anne Doedens schreef hij een prachtig geschiedkundig boek, vol kleurrijke illustraties over dit vlammende oorlogsgeweld, met als veelzeggende titel: ‘Het Vlie brandt.’

Bij die verraderlijke aanval vonden 2000 manschappen de dood. De volgende dag staken de Engelsen over naar Terschelling om daar al even genadeloos alle 300 huisjes rond de vuurtoren ‘De Brandaris’ in brand te steken. ‘De Engelse Furie’, zoals beide aanvallen zijn gaan heten, komt niet voor in onze geschiedenisboeken, maar leeft bij de eilandbewoners voort als ‘de vergeten rampen uit 1666,’ weet Jan van Vlieland, die de Britse kolonel bij de herdenking van die heftige gebeurtenis misschien niet vergevingsgezind, maar dan toch vredelievend, de hand drukte.

Reijer van ’t Hul en Kees Hardeman van de Stichting Kamper Kogge vormden met hun optreden, gestoken in maritiem kostuum, het middelpunt van de herdenking in het karakteristieke kerkje op West Terschelling. Aandachtig luisterde men naar de door Reijer en Kees zelf geschreven teksten over de ‘Engelse Furie.’ Opgevoerd in een spannende dialoog, verdeeld in twee scenes. ‘Voor het schrijven daarvan hebben we degeschiedenis over de aanval en brandstichting diepgaand onderzocht,’ vertelt Reijer. ‘Er boeken over gelezen en ook met eilandbewoners gesproken, die uit overleveringen nog wat bijzonderheden konden vertellen.’

De Kampenaren met hun koggen zijn overigens geen onbekenden op Terschelling. Er bestaat een broedelijke band die al stamt uit de veertiende en vijftiende eeuw, toen de Kampenaren voor de doorvaart van hun koggen de betonning in de zeegaten rond Terschelling verzorgden en de bewoners bovendien het nodige hout en stenen leverden voor het vuurlicht van de brandaris. Burgemeester Bert Wassink van Terschelling hield een gloedvolle toespraak, waarna beide Kampenaren gepassioneerd hun verhaal deden. Vooral de bulderendestem van Reijer van ’t Hul en diens heftige mimiekdeden kolonel Steve Francis van de Engelse marine soms even verschrikt opkijken. Maar ook hij applaudiseerde na afloop even enthousiast mee met het opgetogen publiek.