De Brug

Maandag, 11 mei 2026

Al het nieuws uit Kampen, IJsselmuiden e.o.

Kamper Koggejournaal

Kamper Koggejournaal
Foto: Reijer met schooljeugd op de koggewerf (eigen foto).
Redactie: Nick de Vries
(door Ommelander)

‘Juf ik word zeeziek op een boot!’ klonk een verschrikte kinderstem op de koggewerf, waar zo’n twintig kinderen van Groep Vier van de Kamper  basisschool ‘Het Stroomdal’ in klassenverband op bezoek waren. Gelukkig stelde juf Marleen Stoel haar angstige pupil meteen gerust door lachend te antwoorden: ‘Maar kind, we gaan wel aan boord van de kogge, maar er niet mee varen hoor!’

 

‘Vrijwel iedere dag houden we nu rondleidingen met  schooljeugd op de werf,’ vertelt tot zijn groot genoegen Reijer van ’t Hul, gepensioneerd onderwijzer, maar nu  als vrijwilliger bij de stichting ‘Kamper Kogge’ vooral begaan met tekst en uitleg geven aan schooljeugd over het roemrijke verleden van de koggen als middeleeuwse handelsschepen. Een kijkje op en in de nagebouwde Kamper kogge vormt dan het sluitstuk van een even spannende als speelse maritieme speurtocht op de werf, waarbij alle bezienswaardigheden de aandacht krijgen.

 

De kinderen genoten van de wijze waarop Reijer in de filmzaal van de werf spannend over de geschiedenis van de koggen wist te vertellen en tegelijk jongens en meisjes van rond de acht jaar testte op hun kennis over het verleden van onze vroegste handelsvloot. ‘Waar werden koggen in de middeleeuwen voor gebruikt?’ was zo’n vraag, waarop een knaap, vinger opstekend,  in alle ernst antwoordde: ‘Om op vakantie te gaan!’ ‘In de middeleeuwen zeker,’ hielp Reijer de jonge gast uit de droom. ‘Toen hadden de mensen nog geen vakantie!’

Strooizout?

Frappant ook het antwoord van een zevenjarig meisjes dat aandachtig had geluisterd naar Reijers uitleg dat de koggen graan, maar ook veel zout vervoerden. ‘Zout!’vroeg Reijer. ‘Waarvoor gebruikten de mensen toen zout?’ Waarop het overtuigde antwoord kwam: ‘Als het glad is om te strooien, meneer.’

 

In het op de werf nagebouwde middeleeuwse vissershuisje toonde Reijer zich als verhalenverteller op z’n best. Met binnen poppen uitgestald op ware grootte, gestoken in middeleeuwse visserskleding en het lemen huisjes met tal van klassieke attributen ingericht, vertelde Reijer welk noodlot het fictieve vissersgezinnetje had getroffen. De vader was gevallen en lag met ernstig hoofdletsel in bed. Dochter Miesje was al tijden zoek. Daar moest met de scholieren op de werf naar gezocht worden. Gelukkig maar dat de baby van het arme vissersgezinnetje vredig sliep. In een voederbak. ‘Een kribbe,’ verklaarde Reijer. Een scholiere reageerde hierop met kennis van zaken: ‘Ja, Jezus lag ook in een kribbe!’

 

Skattien

De gezamenlijke zoektocht naar het verdwenen vissersmeisje Miesje werd nog aangewakkerd met een lied door Reijer zelf geschreven lied dat meegezongen moest worden: ‘Miesje laot oe‘eurn, Miesje loat oe zien. Ie bin mien liefste skattien, ja, ie bin van mien!’

Vrijwilligster Emmy van der Hoeven trad op als ‘hulpjuf’ bij het veilig aan boord gaan van de kogge.  ‘Wat hebben die kinderen genoten!’, vertelde ze na afloop. Volgens Reijer zijn de bezoekjes van schoolkinderen aan de koggewerf zo belangrijk, ‘omdat de Kamper jeugd dan al vroeg aan de weet komt wat de koggeschepen vroeger voor Kampen hebben betekend.’