Scheepsbouwer Ivor van Klink uit het Friese Workum draagt, zo te zien, met zijn verwaaide baardje vooral ook de zeewind met zich mee. Naast zijn bijzondere vakmanschap als scheepsbouwer van in hoofdzaak houten rond- en platbodemschepen. De Kamper Botterstichting haalde hem daarom maar al te graag naar Kampen om op de Koggewerf met specifieke kennis mee te werken aan het groot onderhoud van de historische Kamper Zuiderzeebotter KP 32.
Het fraaie, klassieke houten vissersschip van weleer is een toonbeeld van opstaan en opnieuw beginnen want de Kamper botterliefhebbers kochten in 1994 slechts de helft van het schip. Dat wil zeggen enkel de voorzijde. De complete achterzijde ontbrak. Een werfbaas in Sneek had het stoere houten vissersvaartuig nijdig doormidden gezaagd na een hooglopend conflict met de toenmalige eigenaar. De Kamper bottervrienden lieten er op de scheepstimmerwerf Nieuwboer in Spakenburg weer een complete zeilende botter van maken. In 1997 kwam de KP 32 dan ook als herboren naar Kampen terug. ‘Sinds september 2018 ligt het schip voor groot onderhoud op de Koggewerf,’ vertelt Berry Zandbergen, bestuurslid en mede-oprichter van de ‘Stichting tot Behoud van Kamper Botters.’
Ivor, eigenaar van de aloude Workumse scheepswerf ‘De Hoop’ (Rijksmonument) en expert in het bouwen en repareren van klassieke rond- en platbodemschepen wist in Kampen waar hij aan begon. Daarom dat hij de brander meenam, speciaal geschikt voor het door verhitting in de juiste vorm buigen van de eiken planken, die de oude, deels vergane huidgangen van KP 32 moesten vervangen. ‘Een karwei, waarbij het aankomt op maatwerk, ’ onthulde Ivor. ‘Dit vereist niet alleen het nodige vakmanschap, maar ook veel ervaring met de vroegere manier van scheepsbouw.’
De scheepsbouwer zegt graag een pluim te willen steken op de hoed van de vrijwilligers van de Kamper Botterstichting. ‘Zij deden al het voorbereidende werk, zoals het uitstukken van spanten en het inzetten van nieuwe eiken hoekdelen wat niet alleen veel tijd scheelde, maar ook de kosten van het onderhoud drukte.’
Intussen zoemt het van allerhande activiteiten op de Koggewerf. Berry: ‘De bouw van de botenloods is nu vrijwel klaar. Gestreefd wordt voor het nieuwe vaarseizoen, dat wil zeggen in mei, de loods officieel in gebruik te kunnen nemen.’ Arjen Hendriks, voorzitter van de Stichting Kamper Kogge merkt op dat in de botenloods tevens nieuwe generaties geschoold worden in het bijzondere vak van de houten scheepsbouw.
Op de vraag wie zo dadelijk eigenaar is van de nieuwe botenloods antwoordt drs. Jantine Sybring, namens de gemeente: ‘Daarover zijn we nog in overleg met de Botterstichting, die de loods gaat gebruiken. De bouwkosten zijn, naast subsidie van de provincie, door de gemeente Kampen betaald. De gemeente is en blijft dan ook eigenaar van de grond waarop de loods staat en is, om die reden, vooralsnog ook eigenaar van de opstallen.’

