De Brug

Maandag, 4 mei 2026

Al het nieuws uit Kampen, IJsselmuiden e.o.

Kamper Kogge Journaal: Urk in bewondering

Kamper Kogge Journaal: Urk in bewondering
Kamper Kogge in aanloop naar de werf in Urk.
Foto: Emmy van der hoeven.
Redactie: Nick de Vries
(door Ommelander)

Als ervaren vissers op zee zijn de Urkers heel wat soorten schepen gewend, maar nu trok een wel bijzonder exemplaar hun aandacht, de Kamper kogge. Kampens varende trots lag voor een grote onderhoudsbeurt hoog en droog op de werf van de meer dan honderd jaar oude scheepswerf Hoekman, in hartje Urk.

‘Die kan wel een briesje hebben,’ roemde een Urker visser, de machtige vorm van de kogge bekijkend. De 40 ton wegende, massief eiken reconstructie van een originele uit de veertiende eeuw daterende kogge, torende hoog uit boven de schilderachtige woninkjes van de Urker dorpskern.

‘Sinds de Kamper kogge 20 jaar geleden in de vaart kwam is zo’n uitgebreide inspectie om de twee jaar nodig. Zeker na een aantal grote tochten over zee, ’ vertelt Jan Jonker, voorheen jaren lang de vaste schipper op de Kamper kogge, maar nog altijd met een roestvrije liefde voor het bijzondere schip.

Nu stond de ervaren binnenschipper en vrijwilliger, Martin Mannak uit Zutphen aan het roer van de koge die, aangedreven door twee 90 pk motoren en met zeven vrijwilligers aan boord, vanuit Kampen via het Ketelmeer, binnen 3 uur, de overtocht naar Urk maakte.

Daar wachtte Martin de moeilijke opgave de robuuste kogge precies op de centimeter af in een metalen trechter te manoeuvreren, onder water met stalen kabels aan een lier verbonden, waarmee de kogge de helling werd opgetrokken. Jan Jonker, voorover gelegen op de steven, gaf met zijn portofoon de schipper en de hellingbaas aanwijzingen hoe precies te mikken. Zo kwam de kogge, krakend van tegenzin, uit het water.

Die samenwerking leverde over en weer bijzondere scheepstaal op als: ‘Met z’n gat wat meer naar bakboord, Jan.’ Waarop Jan Jonker naar schipper Martin terug seinde: ’Tikkie bakboord nog!’ Vervolgens van de hellingbaas wilde weten: ‘ Zit de kont zo wel goed ?!’ En de hellingbaas: ’Dit is ‘m, ja. Houwen zo!’

Toch verliep het op het droge trekken van de kogge niet helemaal vlekkeloos want halverwege liepen onder water de stalen kabels van de lier vast waarmee de kogge werd opgetrokken. Het werfpersoneel besprak in sappig Urkers hoe nu verder? ‘De vetnippels doorsmeren!’ klonk het en inderdaad dat hielp. Even later lag de Kamper kogge als een reusachtige gestrande walvis, donker en kwetsbaar in een hoek van twaalf graden op de scheepshelling. Meteen begon het onderzoek.

‘Zo te zien valt de schade mee,’ sprak bemanningslid Berend Scholten, die speurend langs het ‘onderschip’ slechts een enkel aangekleefd mosseltje ontdekte. Ook Kees Sars, bouwmeester van historische schepen, vond de schade meevallen. Wel nog moest het ‘onderschip’ worden schoongespoten, van een nieuwe laag waterbestendige verf worden voorzien en hier en daar wat kale plekken bijgewerkt.’ Kees keurde de kogge samen met de Kamper scheepstechnicus Rob Klaassen van scheepstechniek ‘Akwadrant’ voor het verkrijgen van het voor binnenschepen verplichte ‘Certificaat Voor Onderzoek’ (CVO). Als bewijs dat aan de veiligheidsnorm is voldaan. In de loop van deze week hoopt de kogge weer spik en span in Kampen terug te keren.