De Kamper kogge, zo lijkt het wel, begint de status van een internationale superster aan te nemen. In de havens die de kogge aan doet loopt het publiek storm om deze bijzondere blikvanger, herinnerend aan de begintijd van de vrachtvaart, van dichtbij te kunnen zien en te bewonderen.
Klommen in Oostende welgeteld meer dan 5000 belangstellenden voor een bezichtiging aan boord, in Bankenberge scoorde de kogge 3000 bezoekers tijdens de Folkloristische Havenfeesten, die hier tot en met 2 juni plaatsvinden. Met die enorme aantallen scoort de kogge, als het meest productieve visitekaartje van een stad, waarvan nog niet zo lang geleden het grote publiek zich afvroeg: ’Kampen? Waar ligt dat?’
‘‘Open Schip’, waarbij het publiek op gezette tijden aan boord welkom is, is steevast een groot succes. ‘Maar Oostende en Blankenberge spanden nu toch de kroon,’ vertelt bootsman Harry Post, wiens uiterlijk, zon gebruind, haar tot op de schouders, stoppelbaard van dagen op zee en avontuurlijk gekleed, vooral op de jongste bezoekertjes het beeld versterkte, zich op een echt piratenschip te bevinden…
Met twee vrouwen en tien mannen aan boord doet de bezetting van de Kamper kogge voortvarend geëmancipeerd aan. Hiermee de aloude zegswijze in de scheepvaart tegen sprekend: ’Een vrouw en een kip zijn de pest op een schip.’
‘Van dat laatste klopt helemaal niks ,’ stellen Dicky Puttenstein en Joke Hoosbeek op deze reis uit eigen ervaring vast. Dicky’s echtgenoot, Wim ,beaamt dit volmondig: ‘Beide vrouwen aan boord zijn voor het hetzelfde werk als de mannen inzetbaar’, getuigt hij. Intussen staat een manlijk bemanningslid, Gerrit Jan Veenstra, schort voor, benedendeks te koken. Stoofschotel, hutspot, goulash, elke dag weer slaagt hij er in ons met een heerlijke maaltijd te verrassen.’ In Blankenberge arriveerde een nieuwe bemanning om de kogge, na afloop van het Belgisch spektakel, monter huiswaarts te varen. Dan met Herman van der Meulen als schipper. Ook bij de dames vond met Gerry van de Berg en Eefje Hornis in Blankenberge een wisseling van de wacht plaats.
Op iedere reis neemt de kogge attributen mee, bestemd voor de verkoop aan bezoekers. Onder andere met de opbrengst hiervan wordt een deel van het onderhoud van de kogge betaald. Souvenirs als houten zwaardjes, dito dolkjes en schatkistjes, door vrijwilligers met groot vakmanschap gemaakt in de eigen werkplaats op de werf in Kampen. Al deze artikelen zijn bijzonder gewild zo leert de ervaring. ‘ Ook de Belgen konden er niet genoeg van krijgen, zodat ,tegelijk met de nieuwe ploeg uit Kampen met een bestelbusje nieuwe voorraden meekwamen,’ vertelt Wim. ‘De grote voorraad flesjes ‘Koggebitter’ was al meteen uitverkocht.’
Ook oud Kogge-schipper van het eerste uur, Jan Jonker verscheen in Blankenberge nog even aan boord van zijn ‘troetelschip.’ Vergezeld van zijn accordeon (‘trekzak’). Weldra vulde zich het hevenfeest met aanstekelijke Kamper Shanty liederen. Iedereen aan boord van de kogge zong mee. Met, jawel, tevens genietend van een vorstelijk puntzak Belgische ‘friet’.

