KAMPEN – De stoel van de tandarts warm houden, zal van de meeste mensen nooit een hobby worden. Toch onderhoudt Bram Carsouw een warme band met zijn klanten. De man die op 7 april vierde dat hij veertig jaar tandarts is, zegt zelfs wel eens het gevoel te hebben zijn vriendenclub te behandelen.
“Veel mensen ken ik al jaren. Ik weet hoe ik, mocht dat nodig zijn, iemand moet geruststellen. De persoonlijke band met de mensen die hier komen, koester ik. Dat maakt dit vak ook zo mooi om uit te oefenen, samen met het feit dat je iemand echt helpt.”
Soms betekent dat zelfs dat je een patiënt van niet te negeren pijn afhelpt, vertelt de tandenspecialist die niet is ingelicht door zijn collega’s over een interview met weekblad De Brug. Carsouw begint onbedaarlijk te lachen. “Hoe lang heb ik hier tijd voor? Een uur? Die afspraken in de agenda zijn dus fake?”
Terug naar het verhaal over de patiënt met pijn. Carsouw werd nog niet zo lang geleden ’s avonds – hij had dienst binnen de groep Kamper tandartsen – gebeld. Een man met een rotte verstandskies die ook nog eens verkeerd lag. Een typisch gevalletje complicaties waar niet iedere tandarts zich aan zou wagen. “Je moet goed kunnen inschatten of je zoiets als tandarts zelf kunt, of dat je moet doorverwijzen naar een kaakchirurg.” Een behandeling bij de kaakchirurg had in dit geval echter een halve week op zich laten wachten. Wat gelijkstaat aan de annulering van een goede nachtrust, met dromenland ver buiten bereik. Carsouw: “Ik kan voor mijn gevoel zo’n man niet aan zijn lot overlaten. Ik heb ’s avonds binnen veertig minuten die verstandskies getrokken.”
Willen helpen, zit Carsouw in zijn bloed. Was hij geen tandarts geworden, dan had hij een andere kant van de medische wetenschap gekozen. Ooit ambieerde hij weliswaar het vak van gymleraar maar het was Carsouw’s vader die dit toekomstbeeld zelfs letterlijk naar de prullenbak verwees. Lachend: “Mijn vader was rector van het Lyceum. Op een gegeven ogenblik zochten ze daar een nieuwe gymleraar. Aan mijn vader de taak een selectie te maken uit ongeveer tweehonderd brieven. Hij legde ze op de grond, maakte een schifting en gooide een deel meteen weg. ‘Waarom doe je dat? Je weet niet eens wat er in die brieven staat?’, riep ik. ‘Het handschrift staat me niet aan’, antwoordde mijn vader die gehecht was aan een goed handschrift. ‘Als dat het criterium is, wil ik geen gymleraar meer worden’, dacht ik toen.”
Gelukkig maar denkt Carsouw nu. Hij heeft geen moment spijt gehad van zijn keuze om tandarts te worden. Het vak is nog even mooi, de materialen zijn zelfs beter. Niet dat er iets mis is met bijvoorbeeld de oude en uit zwang geraakte amalgaamvulling. “Daar is zo ongeveer de hele vorige eeuw mee gevuld, die heeft zijn waarde wel bewezen.” Neemt niet weg dat de hedendaagse vullingen beter zijn en vooral ook mooier. Wat dan weer aansluit bij de toegenomen wens van de mens om er zo lang mogelijk goed uit te blijven zien. Toch gaat de aan de Koornmarkt gevestigde tandartsenpraktijk van Carsouw niet mee in de waan de dag, althans niet in die mate waarin sommige praktijken in het westen des lands dat doen. “Ik zal bij een oude man met een verweerd gezicht geen heel witte prothese uitkiezen. En zodra iemand begint over het bleken van tanden, vraag ik of hij of zij zich goed realiseert dat na drie maanden het effect deels weg is en je weer moet. Je tanden worden er daarnaast ook niet minder gevoelig van.”
Het kost Carsouw bovendien geen enkele moeite om de agenda vol te krijgen met de meer medische ingrepen waarvan hij er veel zelf kan doen. Samen met zijn personeel in de praktijk, onder wie zijn zoon en schoondochter. “De volgende generatie staat klaar om het over te nemen. Daar ben ik blij mee. Ik zal overigens niet opeens van het toneel verdwijnen. Ik blijf dit voorlopig doen en zal langzaam wat gaan afbouwen. Het moment waarop ze zeggen ‘hoepel nu maar op’ wil ik wel voor zijn haha!”


Gerrit van der Vegt | maandag 11 april 2016 12:24