Even flakkerde de hoop bij het lezen van het begin van het verslag van de lezing van wethouder Geert Meijering in ‘De Brug’ van dinsdag 11 april 2017. De titel van het verslag luidde: “Duurzaamheid nog niet overal doorgedrongen in Kampen”. Ik hoopte dat de wethouder een nogal in het oog lopende vorm van verspilling in de gemeente tegen het licht zou houden. Echter, de wethouder bleek vooral teleurgesteld in de sportverenigingen. Citaat: “Zij (de gemeente) bieden bijvoorbeeld hulp aan scholen, sportverenigingen en wijkgebouwen door middel van gratis energiescans. Het is de wethouder echter opgevallen dat daar bij sportverenigingen weinig mee wordt gedaan”.
De wethouder heeft hier een punt. Duurzaamheid vereist inzet en aanpassing van ons allemaal, dus ook van (leden van) sportverenigingen. De visie en het motto van Ed Nijpels, de man die namens de overheid de uitvoering van het energieakkoord controleert, luidt niet voor niets dat “Iedereen zijn/haar bijdrage zal moeten leveren”. De stok achter de deur wordt dat de vervuiler moet betalen.
Voordeuren open
Op iedereen wordt dan ook een beroep gedaan - en meer dan dat - om energieconsumptie te verminderen en de uitstoot van CO2 en andere broeikasgassen substantieel te reduceren. Van enerzijds de zware en de agrarische industrie en de transportsector tot anderzijds bewoners en sportverenigingen. De motivatie is dat, omdat onze aarde letterlijk naar de bliksem wordt geholpen, iedereen moet bijdragen aan snel realiseerbare en effectieve oplossingen.
Eén groep blijft in de vele debatten en gesprekken over duurzaamheid, ook in de lezing van de wethouder, ongenoemd: de middenstand. Een groot deel van hen (de goeden niet te na gesproken) lappen duurzaamheid aan hun laars getuige hun openstaande deuren. Losgezongen van energieverbruik, klimaatverandering en CO2 uitstoot opent de middenstander dagelijks een slordige 5 m2 gevel. De verwarming en/of de airco ‘vullen dat gat’. Alsof het doodnormaal is, niks kost en niemand schaadt.
Terwijl de bewoner van een willekeurige woning wordt gemaand de laatste kiertjes vooral goed dicht te stoppen. Een volkomen scheve verhouding. Niet iedereen doet mee! De wethouder let op de kleintjes. Dat is een goede zaak. Maar de nodeloze verspilling als gevolg van de openstaande winkeldeuren moet ook hem zorgen baren. Ik adviseer de wethouder om ter aanmoediging de energiescan óók aan de middenstanders aan te bieden.
En wat die sportverenigingen betreft: bij mijn (roei)vereniging wordt door de laatste die het terrein verlaat de thermostaat laag gezet en het licht uitgedaan. Er zitten drangers op de deuren. Ik vermoed dat bij andere sportverenigingen een soortgelijk beleid wordt gevoerd. Energieverbruik moet immers betaald worden en de verenigingen geven hun geld liever uit aan de sport en houden de contributie zo laag mogelijk.
Peter van Holten.


Tweeduizendzeventien | dinsdag 2 mei 2017 16:58