De Brug

Zondag, 10 mei 2026

Al het nieuws uit Kampen, IJsselmuiden e.o.

Ingezonden Brief: Jeugdzorg: dweilen met de kraan open?

Ingezonden Brief: Jeugdzorg: dweilen met de kraan open?
Redactie: Nick de Vries

"Ruim 356.000 jongeren tot achttien jaar ontvingen in 2015 jeugdhulp. Dat is zo’n 10 procent van alle jongeren in Nederland,” aldus de jongste cijfers van het CBS. Deze cijfers, die voor het eerst gepresenteerd werden, geven te denken. In een gemiddeld klaslokaal zitten dan zo’n 2 of 3 jongeren met jeugdhulp. Voor veel jongeren is het nodig dat er extra zorg en ondersteuning is. Zonder dit zouden zij veel belemmeringen ervaren op weg naar volwassenheid.

Sinds de jeugdzorg gedecentraliseerd is naar de gemeenten sinds 1-1-2015 zijn de gemeenten verantwoordelijk voor de uitvoering van de jeugdhulp. Hoewel er een fikse korting op het budget is, is de verwachting niet dat deze cijfers in een neerwaartse trend zich zullen ontwikkelen. Ondanks dat er hoge verwachtingen zijn van preventieve maatregelen, kunnen deze niet het gewenste effect resulteren zolang er niet een fundamentele verandering plaatsvindt op verschillende terreinen die raakvlak hebben met de jeugdzorg, zoals de visie op gezin en opvoeding en de samenleving beschermen tegen gevaren van verslaving.

1. Jeugdzorgpreventie werkt pas als het gezin als hoeksteen van de samenleving in ere hersteld wordt. Op een goede manier investeren in kinderen belangrijk is. Omdat het kind meestal het best tot zijn recht komt in het eigen gezin. Daarom is het nodig dat er voortdurend bezwaren aangetekend worden tegen de stimulans van de overheid dat ouders hun verantwoordelijkheid om kinderen op te voeden uit handen geven. De SGP heeft de afgelopen jaren zeer terecht aanhoudend een krachtig signaal hiertegen afgegeven. Dit is een taak die breder is dan van alleen de politiek. In zover kinderopvang beide werkende ouders bevordert, is dit een ontwikkeling die zeer kritisch gevolgd moet worden. Opvallend en tekenend is het dat in de wet OKE (Wet ontwikkelingskansen door kwaliteit en educatie) kinderopvang gedefinieerd wordt als ‘het bedrijfsmatig verzorgen en opvoeden van kinderen’. Kinderen verdienen een persoonlijke opvoeding door hun eigen ouders. Dat is voor hen namelijk het beste. Ouders zijn onvervangbaar. Zolang dit in plaats van werkelijkheid als ‘ideaal’ of (nog erger!) ‘ouderwets’ genoemd blijft worden, zullen jeugdhulpcijfers niet dalen.

2. Verder werd vorige week melding gemaakt dat ‘het aantal bezoekers van coffeeshop ’t Keldertje in Kampen de laatste jaren flink is gestegen’. Vijf jaar gedoogbeleid had niet het gewenste effect had niet het gewenste ‘verminderingseffect’ gehad. Integendeel. Drugs wordt vaak (terecht) gekoppeld aan verslaving. De verwoestende gevolgen zijn vaak zichtbaar. Zeker in de levens van jongeren. Hoe kan een overheid enerzijds de verkoop van drugs legitimeren en anderzijds worstelen om de jeugdzorg betaalbaar te houden? Dit lijkt tegenstrijdig. Laten gemeenten de middelen niet investeren op het toezicht houden op een gedoogde coffeeshop, maar veel meer investeren in ambulante straathulpverlening en andere preventieve maatregelen om drugsgebruik te minimaliseren. Daarbij is het noodzakelijk dat preventie breder gaat dan alleen drugs. Ook de verwoestende gevolgen van andere verslavingen (alcohol, roken, enz) zullen de ontwikkeling van jongeren in de weg staan. Preventie is effectiever dan beperking! Los van het feit dat gedogen van het kwade onverenigbaar is met Bijbelse uitgangspunten, zal dit zeker niet bijdragen aan vermindering van jeugdhulpverlening. Overheden zouden daarin ook hun handhavende en beschermende taak op moeten pakken richting jongeren. Om hen te beschermen voor deze grote gevaren. Waarbij ten onrechte de suggestie weleens lijkt gewekt te worden dat drugs gevaarlijker is dan overmatig alcoholgebruik en rookgedrag, moeten we onze ogen niet sluiten voor de gevaren hiervan.

Er wordt wel eens gesproken over ‘de jeugd in de branding’. Daar waar de golven het sterkst zijn, de kans op meezuigen het grootst is. Wat kan noodzakelijker zijn om te zorgen voor houvast in de branding en om de golven zo klein mogelijk te laten zijn? Laten we, vanuit de eenheid gezin, kerk en school, in samenwerking met de staat (politieke partijen) onze verantwoordelijkheid nemen om de jeugd in de branding van het bestaan te helpen. Verleidingen tegen te gaan. Jeugdhulp daarbij te verminderen."

Bernard van den Belt MA SGP-raadslid in Kampen, werkzaam in het onderwijs.