Ik ben dol op dieren. Vooral als ze net zijn geboren. Als ze ouder zijn vind ik ze vaak minder leuk worden.
Het onbevangene en speelse maken dan plaats voor gezapigheid en luiheid. In dat opzicht hebben dieren wel wat weg van mensen. Eigenlijk moet je het kind in jezelf daarom nooit verliezen. Dat houdt je jong en maakt het leven veel aantrekkelijker.
Als ik in de tuin zit, kan ik ‘uren’ kijken naar de vogels om me heen. Hoe ze zich gedragen, hoe ze fluiten en hoe ze vliegen. Als je bewust kijkt, is het best fascinerend. Laatst viel mijn oog op een kraai in de boom. Dat is niet echt mijn vogel. Want wat een saaie, kleurloze beesten zijn dat. Met hun stomme zwarte veren en hun grijze snavel. Nou ken ik een kraai, die in eerste instantie heel gelukkig was en nooit iets anders wilde zijn. Op een dag kwam die kraai een duif tegen. Hij walgde plotseling van zichzelf omdat hij donker en saai was en de duif in zijn ogen mooi en slim. ‘Jij moet de gelukkigste vogel ter wereld zijn,’ zei de kraai. ‘Ik dacht dat ik de gelukkigste was,’ knikte de duif. ‘Maar toen kwam ik een roodborstje tegen. Ik vind mezelf zo lelijk in vergelijking met hem, omdat zijn borst zo mooi rood en levendig is!’
De kraai vloog na deze woorden van de duif direct naar het roodborstje. ‘Jij moet wel de gelukkigste vogel van de hele wereld zijn.’ ‘Ik was heel gelukkig tot ik een pauw tegenkwam,’ sprak het roodborstje. 'Mijn rode borst is saai in vergelijking met de imposante en rijke kleuren van de pauw. Ik denk dat de pauw de gelukkigste vogel op aarde is.’ De nieuwsgierige kraai vloog direct naar de dierentuin om de pauw te ontmoeten. Toen hij daar aankwam stonden veel mensen voor de kooi om foto’s van de pauw te maken. Toen iedereen was vertrokken stapte hij op de pauw af. ‘Je bent zo prachtig, jij moet wel de gelukkigste onder de vogels zijn. De pauw zuchtte en zei: ‘Dat was misschien zo, totdat ik in een kooi werd gezet omdat ik zo mooi ben. Soms kijk ik naar de hemel en dan zie ik kraaien vrij rondvliegen. Dan wil ik het liefst een kraai zijn. Volgens mij zijn kraaien de gelukkigste vogels ter wereld!’
En dat maakt de cirkel weer rond. Dan is de vraag natuurlijk… wie is er nu gek? Wij mensen zijn ook sterren in het naar anderen kijken. Vooral naar mensen, die het veel beter hebben dan wij. Maar word je daar nou echt gelukkig van? En is het ook echt zo? Dan moet je eerst een definitie geven van ‘beter’. Die is niet voor iedereen gelijk. Als je jezelf gaat vergelijken met anderen, vergeet je vaak hoe gezegend je eigenlijk bent. Een belangrijke factor van geluk is dat je dankbaar mag zijn voor wat je hebt zonder te verlangen naar de dingen, die je nog niet hebt.
Sinds ik met Lucy woon, heb ik naast mijn twee bonuskinderen een bonuskonijn. Koos zit het grootste deel van de dag in zijn hok en tot voor kort was hij bang voor alles en iedereen. Als we zijn hok openden, bleef hij meestal roerloos zitten. Hij leek niet gelukkig. Maar door Koos elke dag een beetje meer persoonlijke aandacht te geven en hem te verwennen met blaadjes van paardenbloemen, is hij zowaar tam geworden. Hij huppelt nu vrolijk door de tuin en het kost moeite om hem weer in zijn hok te krijgen. Ik weet niet of Koos het gelukkigste konijn ter wereld is, maar hij is de afgelopen maanden wel leuker en zeker gelukkiger geworden. Aandacht en liefde blijven het wat dat betreft goed doen. Dat geldt volgens mij voor alles wat leeft…

