Ongewenst verlangen
Zie ik een glans daar in je ogen
Of is ’t een traan om wat niet kan
Met woorden blus ik zacht de stilte
Beseffend, dit is ‘houden van’.
Ze golven vloeibaar over ’t zwijgen
Jij streelt de klanken met een zucht
Ik doof mijn ongewenst verlangen
Dat opvlamt in een zwarte lucht
Het licht vervormt zich in de verte
Jij pakt mijn hand en streelt hem zacht
’t Vuur gloeit na, het brandt mijn vingers
En dan verdwijn je in de nacht
Hasselt
Daar waar eens Het Zwartewater
Samenvloeide met de Vecht
Heeft men ooit een nederzetting
Rond een zandrug aangelegd
Later bleek dat die rivierduin
-eens met hazelaars bebost-
Door haar ligging aan het water
Floreerde als een handelspost
Sluw gekoppeld aan de handel
Kwam de scheepsbouw ook op gang
Maar door allerlei conflicten
Kwam de welvaart in ’t gedrang
Door de komst van ’t Gildewezen
Trok de industrie weer aan
Desondanks kwam toch de neergang
Bewoners zag men node gaan.
En wie bleef dacht vaak met weemoed
Aan die mooie jaren weer
Men herriep met stille tranen
Die geneugten keer op keer
Toch is Hasselt groot geworden
En floreert de industrie
Samenwerking is het motto
Maar vooral in harmonie!
Tjitske Buwalda
