DEN HAAG Grote financiële belangen hebben voor de Raad van State de doorslag gegeven bij het instemmen met de aanleg van een begin van het Reevediep. De Raad besloot woensdag een eerder opgelegd verbod gedeeltelijk op te heffen.
Het breekijzer waarmee de gemeente Kampen, enkele betrokken ministeries en provincies bij de Raad hun zin kregen, is de dreigende vertraging van het uitdiepen van de vaargeul in de IJssel. Dit project moet in oktober 2016 klaar zijn.
Maar de betrokken overheden zien nu al dat die datum niet wordt gehaald vanwege het voorlopige verbod op de aanleg van het Reevediep. In dat geval dreigt een schade van 400.000 euro per week, want dat is de prijs die wekelijks moet worden betaald voor de zandzuigers. Aldus de advocaat van die overheden.
Om de uitdieping van de IJssel dus op tijd af te krijgen, moet het zand dat bestemd is voor de dijken langs het toekomstige Reevediep, ook tijdig worden afgevoerd. En daarvoor is het blijkbaar nodig dat er nu een 100 meter lange sleuf worden gegraven tussen de IJssel en de noordelijke plas in de Onderdijkse Waard. Daar wordt het zand opgeslagen en daarmee wordt dan ook een begin gemaakt met de aanleg van dijken.
Volgens de Raad is de aanleg van de sleuf en de dijken wel voor risico van de overheden. Als de Raad later dit jaar beslist dat het plan voor het Reevediep definitief onderuit gaat, dan moet dit voorwerk ook weer ongedaan worden gemaakt. De advocaat van de overheden verklaarde al eerder dat dit geen onmogelijke opdracht is en dat er nu dus geen voldongen feit wordt gecreëerd.
De Raad schorste de aanleg van het Reevediep begin dit jaar vanwege problemen met de Natuurbeschermingswet. De overheden kregen de kans om met een strenge zogenoemde ADC-toets te bewijzen dat het project toch kan doorgaan ondanks aantasting van het leef- en broedgebied van de roerdomp en de grote karekiet.
Die toets is volgens de advocaat nu in concept klaar en zou een positieve uitkomst hebben voor de aanleg van het Reevediep. De Raad heeft die toets nu echter buiten beschouwing gelaten. Van meer belang vindt de Raad namelijk dat de aanleg van de doorbraak tussen de IJssel en de noordelijke plas ver weg ligt van het gebied dat door de Natuurbeschermingswet wordt beschermd. De aanleg van de doorbraak tussen de IJssel en de noordelijke plas heeft daar geen invloed op.
De vereniging IJsseldelta maakte bij de Raad bezwaar tegen het opheffen van het aanlegverbod vanwege de aanwezigheid van broedende ijsvogels in de Onderdijkse Waard. Volgens de Raad is dat een heel nieuw bezwaar dat niet eerder is aangevoerd. Daarom wordt dat buiten behandeling gelaten.

