wintertijd
ik stap rustig uit de trein
- de laatste van de zomertijd -
ga weggedoken in mijn jas
op in de oktobernacht
langs de leuning van de brug
stiefel ik niet al te vlug
in de richting van het licht
vallend op het stadsgezicht
geroezemoes, de lompe klank
van los gelal ontkiemd in drank
galmt in deze late uren
tussen de Plantage-muren
binnenin de Majesteit
heerst er een gezelligheid
van alcohol en endorfine
wolkjes van oxytocine,
hangen tussen mensen in
maar resulteren niettemin
zelden in openingszinnen:
woorden komen moeilijk binnen,
als je ze niet kan verstaan
- daar doe je hier geen donder aan -
gelukkig zegt een blik genoeg
in een overvolle kroeg
soms is moed even nodig en
wat bier niet overbodig;
proosten wij met frisse zin
ons zorgeloos de winter in
---
Bas Nijhof

