De Brug

Zondag, 25 januari 2026

Al het nieuws uit Kampen, IJsselmuiden e.o.

De Koning trekt conclusies na strammer worden schrijverspen: op is op

De Koning trekt conclusies na strammer worden schrijverspen: op is opDe Koning trekt conclusies na strammer worden schrijverspen: op is op
Redactie: Nick de Vries

(door Nick de Vries)

KAMPEN - “We gaan fuivend het leven uit”, stelt Henk de Koning monter vast met een knikje naar z’n partner Emmy van der Hoeven. Het gesprek met de tachtigjarige oud-journalist zou gaan over z’n column Kamper Kruudmoes, maar het gaat al snel over meer dan dat.

Hoe kan het ook anders, met acht decennia levenservaring en een carrière als verhalenverteller. Henk op z’n gemak heeft iets te vertellen. En op z’n gemak, dat is hij in deze fase van zijn leven. Al ging het schrijven van z’n maandelijkse column in De Brug wel wat stroever. Daarom besloot hij onlangs met z’n geliefde column te stoppen.

Henk leunt achterover op een comfortabele bank in de, tot woning omgebouwde, stadsboerderij in het Keizerskwartier. In de binnentuin maakt een buurvrouw driftig haar tuin winterklaar. “In de zomer is het hier prachtig”, vertelt Henk. “Daar kan ik uren naar kijken. Sowieso doe ik het allemaal wat rustiger aan. Ik kan zo een hele middag op een terrasje zitten, naar mensen kijken, heerlijk in de zon, samen met Emmy.”

De zolderkamer van de boerderij is Henks kantoor, het zenuwcentrum van waar hij z’n vele hobby’s uitvoert. Er staan meerdere computers. Films monteren op de ene, schrijven op de andere en natuurlijk het nieuws bijhouden. “Hij zat soms hele dagen boven”, vertelt Emmy, “Ik weet niet hoe hij het volhield, haha. Maar tegenwoordig komt hij wat vaker beneden.” Daarboven schreef Henk de laatste tien jaar zijn maandelijkse bijdrage Kamper Kruudmoes voor De Brug en dat ging altijd met speels gemak, maar de laatste tijd werd de pen wat strammer. “Ik begon te merken dat ik ouder werd”, vertelt Henk luchtig. “Ik moest teveel zoeken naar spitsvondigheden. Het werd te geforceerd. Ik wil stoppen voordat het publiek gaat zeggen: Ie kunn wel markn det ie older wurdt’, haha. Dat moment is nu gekomen. Op = op. Ik ben tachtig. Het is mooi afgerond.”

Henk neemt afscheid van tien jaar Kamper Kruudmoes in De Brug, maar de rubriek gaat verder terug in de tijd. De eerste editie ontstond in de jaren zeventig. De krant waar Henk werkte, het Kamper Nieuwsblad verloor door het overlijden van Henk van Heerde de immens populaire rubriek in streektaal Gait Jan en Annegien en was naarstig op zoek naar een nieuwe rubriek. ’Dan moet jij maar een Kamper dialectrubriek gaan schrijven’, zei de chefredactie tegen leerling-journalist Henk de Koning, nota bene een geboren Delftenaar. Zo ontstond Henks rubriek in streektaal. Alhoewel, streektaal... Is het wel echt Kampers wat Henk schrijft?

Brak Kampers

“Nou, ik houd het zelf altijd op brak Kampers”, lacht Henk. “Toen ik vanuit Delft naar Kampen kwam, sprak ik de taal niet. Ik maakte hem al snel eigen, maar schrijven ging toch wat moeilijk. M’n eerste columns maakte ik met een woordenboek Kampers op schoot, maar geen hond begreep dat. Het leek wel Kantonees. Veel inwoners spreken de taal wel, maar kunnen hem niet lezen. Toen ben ik overgegaan op een meer fonetische variant. Mijn eigen gebrouwen: brak Kampers. Stukjes met de smaak van de taal. Dat begrepen de lezers wel en het brengt ze toch dichter tot het hart van Kampen.”

Kampen heeft zuidelijk temperament

Wat dat hart is? Kampen is volgens Henk, in tegenstelling tot wat buiten Kampen wel eens wordt gesuggereerd, een enorm levendige stad. “In onze stad hangt een unieke sfeer. Kampen is de meest noordelijke stad met een zuidelijk temperament. Het cliché wil dat hoe noordelijker en oostelijker je komt, hoe stugger de mensen, maar onze stad is enorm uitbundig. Er zijn hier tientallen kunstenaars, zangverenigingen en theatergezelschappen actief. Het muzikale landschap bruist, muziek zit ons in de genen. Ik denk dat het komt doordat de inspirerende stad. Talloze kunstenaars vinden hier een vruchtbare werkplaats: Henk van Ulsen, Avercamp, Berry Selles. Kijk naar zoiets als de bandjesavond. Iedereen gaat zingend en swingend de nacht in. Dat verwacht je toch niet van een calvinistische stad? We zijn een heel feestelijke stad. En dat in het noorden van Nederland.”

Henk moet vaststellen dat er inderdaad de laatste jaren ook wel het een en ander uit de stad is weggetrokken. De ambachten zijn verdwenen, de kunstacademie en de theologische universiteiten vertrokken en met hen ook veel studenten die voor leven in de brouwerij zorgden. Volgens Henk zijn er echter nog genoeg ingrediënten aanwezig voor de echte Kamper cultuur. “Het gaat in golfbewegingen. Er komt altijd wel iets voor terug. Beter, er is al iets voor teruggekomen: een levendige rust. Wij hebben het beste van twee werelden. Waar het westen steeds drukker en chaotischer wordt en moord en doodslag aan de orde van de dag zijn, is Kampen een inspirerende stad, waar je in alle rust werken aan grootste prestaties. Overigens is het bij het bereiken van die prestaties wel belangrijk dat je op gelijke hoogte blijft staan”, lacht Henk. “Kampenaren houden niet van blabla en dat laten ze je weten ook.”

Sigarenmakershumor

Daarmee komt Henk wat hem betreft bij het hart van de Kamper mentaliteit die ook terugkomt in zijn column. “Mensen nemen wel eens aan dat Kampenaren stug zijn. Niets van waar! We zijn een hartelijk en gastvrij volkje. We hebben wel een bepaalde vorm van humor die wellicht wat bedreigend is, als je hem niet snapt. Een vorm van cynisme, met een speels, kunstzinnige ondertoon. Ik noem dat sigarenmakershumor. Dat zit blijkbaar nog altijd in onze genen. Vroeger zaten de sigarenmakers uren naast elkaar te werken aan zinken werkbladen, bekend als ‘het zinkje’. Ze waren dikwijls van verschillende komaf en als een soort spel plaagden ze elkaar tijdens het werk voortdurend, ze probeerden elkaar op creatieve wijze de loef af te steken. Niet kwaadaardig want even later waren ze weer samen aan het zingen. Die manier van doen, die vreedzame spot, dat is volgens mij typisch Kampers.”

In zijn columns hanteerde Henk dezelfde stijl. Hij nam op satirische de Kamper samenleving op de hak. Met fantasiepersonages, dikwijls gebaseerd op bestaande figuren. Op die manier kon hij op vriendelijke wijze, af en toe behoorlijk kritisch zijn. Maar het werd gewaardeerd. Hij kreeg zelfs ansichtkaarten van burgemeesters die in zijn rubriek op de hak genomen werden. Vanaf hun vakantieadres lieten ze weten erg van de column genoten te hebben. Ter illustratie van Henks kenmerkende humor haalt hij een passage uit een van z’n recente columns aan. Het verwijst naar de gifgassen die vrijkwamen tijdens de werkzaamheden voor de parkeergarage. Hij schreef: “Kampen is de enige stad in Nederland waar ze met heipalen naar gas boren.”

Ook de huidige burgemeester Bort Koelewijn werd regelmatig op de hak genomen. Maar hij ook hij vatte het volgens Henk sportief op. “Hij nam onlangs zelfs het eerste exemplaar van mijn boekje aan. In dat boekje heb ik m’n leukste columns van de afgelopen jaren gebundeld. Het is uitgebracht in samenwerking met BrugMedia. De illustraties zijn van Roy Bergsma een zeer talentvolle Kamper tekenaar waar ik eerder mee samenwerkte. Het boekje is eigenlijk meer een cadeautje aan mezelf na zoveel jaren. Een mooi sluitstuk van een mooie periode uit m’n leven.”

Henk is inmiddels tachtig en geniet van iedere dag. Na een zeer moeilijke periode na het overlijden van z’n vrouw Ans, had hij moeite om de vaart erin te houden, maar toen hij z’n huidige levensgezel Emmy ontmoette, bloeide hij weer op. “We genieten samen van het leven”, aldus Henk. Dat hoeft niet meer op dezelfde manier als vroeger. “Ik heb als Telegraafjournalist de hele wereld overgereisd tot en met de Zuidpool toe, leidde een spannend leven, maar tegenwoordig vind ik het al mooi om gewoon lekker op een terrasje te zitten, mensen kijken. Dat doe ik dan ook graag samen met Emmy. Ik ben erg verwend door het leven. Bang voor de dood ben ik niet. Daar denk ik zelden aan. Je weet dat het op deze leeftijd kan komen, maar stiekem stel je het in je hoofd toch iedere weer een tijd uit. Een gedachte die me wel steeds vaker overvalt, als ik hier in de kamer zit, is dat de spullen om mij heen langer blijven bestaan dan ik. Ik ben er straks niet meer en deze spullen gaan dan de wereld weer in. Eigenlijk heb je als mens alles te leen. Dat is een wat verontrustende gedachte, maar ik ben erg verwend door het leven. Emmy en ik zijn nog relatief vitaal. We genieten van iedere dag die we hebben en gaan samen fuivend het leven uit.”