De Brug

Maandag, 11 mei 2026

Al het nieuws uit Kampen, IJsselmuiden e.o.

Casco zeeschip in Kampen te water

Redactie: Christiaan Schutte
(door Michiel Satink)

KAMPEN – Voor het eerst in 2,5 jaar is er weer een zeeschip te water gelaten in Kampen. Het werd op de scheepswerf van het voormalige Peters een bijzonder maar geen feestelijk moment. Het gaat om het casco van de Joint Runner 1 dat deze week vertrekt om in Harlingen afgebouwd te worden.

Geen feest, geen biertjes, champagne en hapjes en geen oud-werknemers van Scheepswerf Peters op de werf. Het ging er sober aan toe afgelopen week. Oud-werknemers van het Kamper bedrijf, die zelfs nog aan het nu Joint Runner geheten casco hebben meegewerkt, moesten buiten de poort blijven. “Dit was het moment nog niet voor een feest”, zegt projectleider Mark Verschut van scheepswerf Barkmeijer. Dit Friese bedrijf werkt aan de bouw van het vaartuig. “Het gaat om een groot en complex schip dat te water is gelaten op een werf waar we dat nooit eerder hebben gedaan. In overleg met de opdrachtgevers hebben we het sober gehouden.” Voor de twintig werknemers die er getuige van waren, was het verder gewoon een werkdag als alle andere. “We zijn niet gestopt met werken. Ook voor ons was er geen feestje.”

Elke tewaterlating is bijzonder, zegt Verschut. De laatste in Kampen was op 3 oktober 2013, een halfjaar voordat Peters ten onder ging. De oud-werknemers van Peters hadden niet verrast hoeven te zijn over de weigering ze bij de tewaterlating toe te laten. Mededelingen over de bouw van het schip waren tot nu toe al vrij spaarzaam. De nog altijd voortslepende afronding van het faillissement van de Kamper werf is de voornaamste reden van de soberheid afgelopen week. Ook uit het laatste faillissementsverslag van februari dit jaar blijkt dat de afwikkeling nog gaande is. Zo wachten 197 crediteuren gezamenlijk nog op ruim 13 miljoen euro. Toch heeft de tewaterlating ook symbolische waarde: het groenwitte destijds nog halve casco stak van april 2014 tot in de herfst van vorig jaar werkloos uit de grootste hal van de werf en was letterlijk een sta-in-de-weg voor de verkoop van het terrein. Met het project van deze toen nog Caranx I geheten schip was een som van 34 miljoen euro gemoeid. Het vaartuig, nu afgebouwd als Joint Runner I, betreft een ultramodern zeeschip van 130 meter bedoeld voor de transport van segmenten van pijpleidingen.

Een werf met een casco waarvan het eigendom betwist wordt, wil niemand hebben. Een groep in het faillissement gedupeerde Noord-Nederlandse bedrijven wist echter de afbouw te bewerkstelligen en zo ook de verkoop van de werf aan Bodewes uit Hasselt/Meppel vlot te trekken. Er is 750.000 euro aan het gefailleerde Peters betaald om het casco, waarvan de eigendom nog altijd wordt betwist, af te bouwen. Het Friese Barkmeijer Stroobos, zelf ook gedupeerde in het faillissement, kon vervolgens in Kampen het casco vaarklaar maken. Deze week wordt het casco naar Harlingen versleept. Ook het vertrek uit Kampen zal niet feestelijk zijn. “Het wordt vermoedelijk 's nachts gesleept om het vaarverkeer zo weinig mogelijk te hinderen”, zegt Verschut. Daarna vertrekt Barkmeijer uit Kampen. In Harlingen wordt het afgebouwd. Hopelijk is het schip eind dit jaar klaar, zegt Verschut. Het zal daarna Amsterdam als thuisbasis krijgen. “Mogelijk kunnen we bij beëindiging van het project de oud-werknemers van Peters wel een podium bieden. Daar wordt aan gedacht”, zegt hij.