ARNHEM/KAMPEN (JPZ) – Trailerbouwer Broshuis uit Kampen heeft een boete van 50.000 euro gekregen voor een dodelijk ongeval in maart 2016. Het gerechtshof in Arnhem zet hiermee een streep door de vrijspraak van de rechtbank in Zwolle.
Er klinkt een harde klap in Hal 1 van Broshuis op 17 maart 2016. Het is de werknemers snel duidelijk dat er bij de reparatie aan een 100 ton SL-oplegger iets gruwelijk is misgegaan. Verschillende reparateurs zijn bezig met de hydraulische nek van de oplegger. Een van de twee hydraulische cilinders lekte en om eraan te werken is deze afgekoppeld. Na de reparatie is het tijd deze weer aan te koppelen. Tijdens het repareren werd de zware nek gestut. Een werknemer haalt die ondersteuning weg zodat de cilinder weer aangekoppeld kon worden. Ongelukkigerwijs blijkt er gereedschap onder de nek te zijn achtergelaten. Een werknemer duikt onder de oplegger en dat is het moment dat de nek met een harde klap op de werkvloer terechtkomt. De ongelukkige werknemer onder de oplegger overlijdt op de werkvloer. Eind augustus vorig jaar buigt de rechtbank in Zwolle zich over de vraag of Broshuis hier iets te verwijten valt. Nee, is het antwoord.
Het Openbaar Ministerie gaat in beroep. Want ze blijft erbij dat de werkgever wel degelijk iets te verwijten valt. Want waarom werden opleggers van dit type immers na het ongeval teruggeroepen? Zo blijkt de borgingsconstructie – waarmee wordt voorkomen dat de nek naar beneden komt – niet te kloppen. Maar had een goede borgingsconstructie dit ongeval kunnen voorkomen? Volgens de advocaat van Broshuis dient die borging ter bescherming van de nek van de oplegger. En is deze dus niet bedoeld ter bescherming van werknemers die met de oplegger bezig zijn. Bovendien moeten werknemers zich aan de voorschriften houden. In dit geval houdt dat in dat een werknemer niet onder de oplegger mag kruipen nadat de stut is verwijderd.
De oplegger hoort vier strips te hebben, als onderdeel van die borging, maar twee ontbraken. Een van de getuigen meldt in het verhoor dat als alle strips bevestigd waren, de nek niet door de borging heen was gevallen. Het gerechtshof ziet hierin een verband tussen het gebrek aan de borgingsconstructie en het ongeval. Dat de werknemer niet onder de oplegger had mogen kruipen omdat deze niet gestut was, is daarmee onvoldoende voor een ander oordeel, meent het hof. En daarmee komt ze tot een andere eindconclusie dan de rechtbank. Het hof legt het bedrijf een boete op van 50.000 euro, wat lager is dan de eis van 75.000 euro van het OM. Het hof komt onder meer lager uit omdat Broshuis inmiddels met de terugroepactie het euvel heeft verholpen.

