- door Fred Sollie -
KAMPEN – Kamerkoor Cappella Amsterdam geeft elk jaar carte blanche aan een jonge, talentvolle dirigent. Dit jaar is dat de uit Estland afkomstige Endrik Üksvärav (1980). Hij koos voor een programma dat geheel gewijd is aan Estse componisten. Gisteravond was dat onder de titel ‘Baltische Zielen’ te beluisteren in de Broederkerk in Kampen.
Het koor zong zoals we dat van Cappella Amsterdam gewend zijn: loepzuiver en gespeend van vibrato. Koor en dirigent hadden echter een paar werken nodig om elkaar muzikaal te vinden. Üksvärav smeedde de stemmen weliswaar tot een fijnzinnig geheel, maar bevlogenheid ontbrak.
Hoe anders werd dat in het sfeervolle ‘Miserere’ van Pärt Uusberg. Vrouwenstemmen hingen als zilverdraden in de fluisterstille kerk. Adembenemend mooi! Ook in het Stabat Mater van Tönu Kõrvits werd de muzikale spanning goed vastgehouden. De zacht neuriënde stemmen, met daarboven gezongen tekst waren beklemmend om te horen. Balans en dictie grensden hier aan perfectie.
Hoogtepunt van het concert was ‘Raua Needmine’ (Vloek over ijzer) van Veljo Tormis, een spektakelstuk uit 1972 dat sjamanistische bezweringsformules inzet tegen het kwaad van de oorlog. Hier haalde Üksvärav alles uit de kast. Meppend op een trom zwiepte hij het koor en twee solisten op in woeste exclamaties. Het talrijke publiek, waaronder Daniel Reuss, de chef-dirigent van het koor, beloonde het met een staande ovatie.

