De Brug

Vrijdag, 2 januari 2026

Al het nieuws uit Kampen, IJsselmuiden e.o.

Aflevering VII, 250 jaar loge, Column De Brug

Redactie: Nick de Vries

De loge Le Profond Silence vervulde in de jaren 1875-1940 een sociale taak in de Kamper samenleving door de Hulpbank voor Minvermogenden op te richten, die als doel had: ‘Minvermogende ambachts- en handelslieden, landbouwers, neringdoenden en andere ijverige personen door een geldelijk voorschot in bedrijf en beroep te ondersteunen op een wijze, dat met opwekking van zuinigheid en spaarzaamheid hun welstand wordt bevorderd’.

Broeder F. van Ketwich kwam in 1875 op het idee ook in Kampen een Hulpbank voor Minvermogenden op te richten. Hij had gehoord dat ook andere loges daartoe waren overgegaan. De loge kwam aan het startkapitaal van ƒ12.000,- door aandelen uit te geven die door 20 broeders werden gekocht. Onder de inleggers waren burgemeester S.H. de la Sablonière, archivaris J. Nanninga Uitterdijk, notaris A. Höfelt, hoofdonderwijzer W. Heetjans, burgemeester Jules van Hasselt en likeurstoker David Stibbe. De laatste zou de Hulpbank tot zijn dood in 1915 leiden.

Niet iedereen kreeg zomaar een lening. Het geld werd uitgeleend onder de volgende voorwaarden. Men moest van onbesproken gedrag zijn en bijvoorbeeld geen geschiedenis hebben van dronkenschap. Men moest kunnen lezen en schrijven. Iedere klant moest twee mannen hebben die voor hem/haar garant stonden en zo nodig, als de schuldenaar in gebreke bleef de schuld aflossen. Men moest duidelijk bij het bestuur aangeven dat de lening doel had om er in een bedrijfstak geld mee te verdienen, zoals de weduwe Stouwbrink die ƒ65,- leende om een naaimachine te kopen en daardoor in de gelegenheid was naaiwerk aan te nemen om in haar eigen onderhoud te voorzien. Of de kleine zelfstandige die een water- en vuurbedrijfje opzette. Men kon een bedrag lenen tussen ƒ20,- en ƒ300,- tegen een rente van 5% die vooraf moest worden betaald. De lening moest in 50 weken worden afbetaald. Als men in gebreke bleef werd een boete berekend en als men voortijdig afloste kreeg men een deel van de rente terug. Inwoners uit Kampen, IJsselmuiden, Wilsum, Zalk en Veecaten, Grafhorst, Kamperveen en Oldebroek konden een beroep doen op de Hulpbank, die was gevestigd in een bovenlokaal van de Nutsspaarbank dicht bij de IJssel. Na 1888 gingen de klanten naar het eigen gebouw van de loge aan de Buiten Nieuwstraat.

Per jaar maakten ongeveer 200 kleine zelfstandigen gebruik van de Hulpbank. Zij hadden onder meer het volgende beroep: koopman, naaister, schoenmaker, klompenmaker, smid, uitdrager, timmerman, metselaar, rijtuigenverhuurder, melkboer, tuinder, veehouder, slager, kamerverhuurder, russen (slecht riet) pachter, lijkbezorger, zakjesplakker, petroleumventer, paardenkoper en water- en vuurverkoper.

De Hulpbank functioneerde 65 jaar. Ook toen de loge Le Profond Silence door allerlei omstandigheden afkalfde tot 11 leden, bleven de broeders op hun post. Het was met name de gepensioneerde hoofdonderwijzer Johannes Enserink die de zaak tot 1940 draaiende heeft gehouden, tot het moment dat de Duitse bezetter de loge en ook de Hulpbank ophief en alle gelden door hen werden gestolen. De Hulpbank is na de oorlog niet teruggekomen. Wel heeft de gemeente Kampen gepoogd een Kredietbank op te richten, maar dat mislukte.

De volgende aflevering zal gaan over de veranderde positie van de loge Le Profond Silence mede door de oprichting van de Hanzeloge.