De Brug

Zaterdag, 10 januari 2026

Al het nieuws uit Kampen, IJsselmuiden e.o.

Aflevering VI, 250 jaar loge, column De Brug

Aflevering VI, 250 jaar loge, column De Brug
Foto: Tennekes.
Redactie: Nick de Vries

In 2020 herdenkt de Kamper loge Le Profond Silence ( De diepe stilte) dat zij 250 jaar bestaat en daarmee de oudste vereniging in Kampen is. Zij herdenkt dit mede met de presentatie van het boek De stilte doorbroken dat door Iet Erdtsieck wordt geschreven. In De Brug wordt tot de publicatie elke maand een nieuwe gedeelte uit het boek gepubliceerd.

De 19de eeuw was de eeuw van de liefdadigheid. Het was de eeuw waarin de Nederlandse overheid de zorg voor zwakken in de samenleving grotendeels overliet aan particulieren, zoals de diaconie van kerken. De loge Le Profond Silence vervulde eveneens een rol in deze samenleving door het stichten van de werkvereniging Orde en Vlijt.

In het midden van de 19de eeuw heerste er grote armoede in Kampen, vooral in de winter. Deze toestand werd besproken in het bestuur van de loge. Men wilde er wat aan doen. De vrijmetselaars richtten daarom in 1847, met enkele niet-vrijmetselaren, de werkvereniging Orde en Vlijt op. De vrijmetselaar Karel van Hulst nam daartoe het initiatief. In eerste instantie werd gezorgd voor een verwarmd lokaal waar aan de armen gratis warme koffie en brij (pap) werd verstrekt. Met Kerst werden de bedeelden gevoed met warme soep en melkbrij. Soms verschafte de werkvereniging ook kleding, zoals in het geval van Hendrika Vinke. Zij had een dienstje gevonden maar geen gepaste kleding. Orde en Vlijt zorgde daarom voor: twee hemden, een bonte rok, een paar kousen, een jak, een paar muilen, een halsdoek en een slonde (schort).

In een later stadium kwam daar het verschaffen van werk bij, vooral in de wintermaanden wanneer de nood het hoogst was. Het was eenvoudig werk, zoals zakjes plakken en touw pluizen. Het bestuur van Orde en Vlijt nam alleen mensen aan die van onbesproken gedrag waren. Iemand die bijvoorbeeld dronken langs de weg slierde werd niet toegelaten. Later ging men over tot het maken van biezen matten, die aan het eind van de winter werden verkocht. Er werden zelfs prijzen met de matten gewonnen. In de jaren 1848-1854 verschafte de werkvereniging aan 368 bejaarde lieden en weduwen en aan 368 kinderen werk.

Het beleid van de werkvereniging was wat de liefdadigheid betrof een succes, maar financieel gezien was het beleid een debacle. De werkvereniging kampte met grote tekorten. Het ene gat werd gestopt met het andere. Men had het Armbestuur, waarbij men grote bedragen leende, nog niet afbetaald of de volgende lening stond alweer op stapel. Het bestuur van Orde en Vlijt was in persoon verantwoordelijk voor deze schulden.

Waarschijnlijk ging Orde en Vlijt om deze reden over tot kinderarbeid, want kinderen waren goedkoop. Nauwkeurig werd de productie en de beloning bijgehouden. Kinderen die vaardig waren in het matten maken werden beter beloond dan anderen. Na hun werk, dat duurde van 8 uur in de morgen tot 9 uur in de avond, moesten deze kinderen gedwongen naar een avondschool. Tegen deze afkeuringswaardige gang van zaken (sommige kinderen waren slechts 10 jaar) protesteerde de Kamper hoofdonderwijzer Alirol. Ook landelijk zag men de nadelen van kinderarbeid (in) en kwam de liberaal Samuel van Houten in 1874 met een initiatiefwet op het verbod van kinderarbeid beneden de 12 jaar. Noch de wet van Van Houten noch de woorden van Alirol maakten indruk op het bestuur van Orde en Vlijt. Deze onwenselijke arbeid (die overigens ook in andere fabrieken plaatsvond) stopte pas in 1890. bestaan. De mattenfabriek sloot toen haar deuren, doordat de consument geen biezen matten meer wilde, te weinig kinderen kwamen opdagen om te werken en de gemeente Kampen het fabrieksgebouw (waarvan zij eigenaar was) verkocht.

In aflevering VII zal het gaan over de maçonnieke Hulpbank voor Minvermogenden.