De Brug

Zaterdag, 27 juni 2026

Al het nieuws uit Kampen, IJsselmuiden e.o.

Vier jaar geëist voor schietpartij Jan Ligthartstraat

Vier jaar geëist voor schietpartij Jan Ligthartstraat
Redactie: Nick de Vries
ZWOLLE (JPZ) – Voor het op klaarlichte dag neerschieten van een man in Kampen moet de 29-jarige M.B. 4 jaar de cel in. Dat betoogde de officier van justitie donderdag in de rechtbank Zwolle.De verdachte ontdekte dat zijn ex-vriendin en moeder van zijn dochter met een volgens hem criminele Kampenaar omging. Het kwam op 4 juni 's avonds tot een confrontatie in de stad. Het was druk in Kampen vanwege de avondwandelvierdaagse. Een getuige, die met zijn zoontje in een auto door de Jan Ligthartstraat reed, zag een man zijn arm strekken waarna een knal te horen was. De dader rende weg en de getuige ontfermde zich over het bloedende slachtoffer. Later bleek de kogel door diens dijbeen te zijn gegaan. Pas na 22 dagen werd de voortvluchtige B. aangehouden. B. was overstuur, zei zijn ex-schoonmoeder die donderdag als getuige was opgeroepen. Bij de politie verklaarde ze dat ze op de dag van de schietpartij B. had horen zeggen dat hij een pistool ging regelen. Op de slaapkamer zag ze B. in de weer met een zwart tasje met daarin een zwart voorwerp. Dat was een pistool, verklaarde ze bij de politie. Tijdens de zitting zei ze dat niet langer te weten. Ze nam het op voor B. “Ze heeft mijn stroomstootwapen gezien”, zei de verdachte. Dit wapen is later ook in zijn woning aangetroffen. Een andere getuige heeft gezien dat B. na de schietpartij datzelfde zwarte tasje bij zich had. De schietpartij was het gevolg van een worsteling, meende B. Het was juist het slachtoffer die het pistool bij zich droeg en liet zien. B. greep naar het wapen, het ging per ongeluk af en hij rende weg, zo meende hij. Dat hij de man heeft neergeschoten, vond hij niet. Een verzoek om schadevergoeding noemde hij “brutaal”. Er waren meer getuigen die hadden verklaard dat B. zijn ex of haar vriend wat aan zou doen. “Als ik die twee samen zie, schiet ik haar neer”, hoorde de zus van zijn ex-vriendin hem zeggen. Een poging moord of doodslag achtte de officier van justitie niet bewezen, maar wel een poging toebrengen zwaar lichamelijk letsel. Het verhaal van B. werd volgens haar niet gestaafd door de getuigenis van de man die langs reed op het moment van het schot. Deze getuige beschreef heel duidelijk een man die met gestrekte arm een ander neerschoot. De raadsvrouw van B. deed haar best het slachtoffer juist neer te zetten als zware crimineel. Ze deed ook een poging de woorden van de schoonmoeder van B. te corrigeren. In haar emotie zag ze dat B. een pistool had, maar dat moest wel het stroomstootwapen zijn geweest. Eenduidig bewijs van wie het pistool nu was, is er niet, meende ze.Vonnis op 15 november.